Enkele achtergronden bij de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland

Alexander Loekasjenko is aan de macht sinds 1994. Bij de laatste verkiezingen (in 2004) waren er al protesten in de hoofdstad Minsk waarbij hardhandig werd opgetreden door de autoriteiten. Toen zich duizenden demonstranten verzamelden op het centrale plein in Minsk om te protesteren tegen een referendum dat het mogelijk maakte om Loekasjenko voor een derde termijn te kiezen greep de oproerpolitie in en veel betogers werden gearresteerd.

door Bas van der Plas en Ivan Kovalenko

Juist dit soort ondemocratische optredens van de Witrussische autoriteiten zijn voor de VS en de Europese Unie reden om hun pijlen te richten op Loekasjenko en met termen als 'de laatste dictator van Europa' te komen. De acties van Washington en Brussel hebben evenwel niets te maken met bezorgdheid over het lot van de Witrussische bevolking, niet met mensenrechten, democratische principes of welke nobele doelen dan ook. Voor de VS en Europa is het regime in Minsk een van de laatste en meest trouwe bondgenoten van de Russische president Vladimir Poetin en wordt Loekasjenko gezien als een sta-in-de-weg in hun geopolitieke ambities richting uitholling van de Moskouse invloedssfeer.
Tijdens een NAVO-conferentie in 2005 in de nieuwe EU-lidstaat Litouwen gaf de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Condoleezza Rice een duidelijke uitleg over de Amerikaanse geopolitieke ambities richting Wit-Rusland. Zij sprak haar vreugde uit over de zogeheten 'Oranje Revolutie' in Oekraïne die in Kiev een pro-Amerikaanse regering aan de macht had gebracht en verklaarde dat nu Wit-Rusland nog de "laatste ware dictatuur" in Midden-Europa was en dat het "tijd was voor een verandering in Wit-Rusland". Bij haar aantreden als minister had Rice in Washington in een toespraak al eens verklaard dat Wit-Rusland een 'voorpost van tirannie'was en noemde het land in het rijtje traditioneel Amerikaanse vijandsbeelden Birma, Cuba, Zimbabwe, Iran, Noord-Korea.

interventies

Al in 2001 waren er door Washington pogingen gedaan om een eind te maken aan de macht van Loekasjenko. In dat jaar was Vladimir Gontsjarik tegenkandidaat van Loekasjenko bij de presidentsverkiezingen. Via de Amerikaanse ambassade in Minsk, en VS-ambassadeur in Wit-Rusland Michael Kozak, werd een anti-Loekasjenkocampagne opgezet en gefinancierd door het Nationaal Democratisch Instituut, het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, de overheidsorganisatie USAid, het Internationaal Republikeins Instituut en de organisatie Open Society Institute van de multimiljonair George Soros.
Michael Kozak had al grote ervaring met Amerikaanse interventies in buitenlandse aangelegenheden: in de jaren 80 was hij betrokken bij Amerikaanse operaties in Midden-Amerika, met name het Nicaragua van Daniel Ortega. Zijn interventie in Wit-Rusland bestond uit het organiseren van de oppositionele studentenbeweging Zoebr en voor hen ontmoetingen arrangeren met de Servische groepering Otpor, ook opgezet door Washington met het doel een rol te spelen bij de staatsgreep tegen Milosevic in 2000 in Belgrado.
Ondanks beschuldigingen van vervalsing van de Witrussische presidentsverkiezingen in 2001 en het referendum van 2004 moest Washington toch tot de conclusie komen dat Loekasjenko een stuk steviger in het zadel zat dan andere figuren waar Washington succesvoller aan de stoelpoten zaagde, zoals Leonid Koetsjma in Oekraïne en de vroegere Amerikaanse bondgenoot en huisvriend van ex-minister James Baker, de Georgische president Edvard Shevardnadze.

beperkingen

In oktober 2004, als reactie op het referendum voor verlenging van de termijn van Loekasjenko, werd in Washington een wet aangenomen, getiteld 'Democratie in Wit-Rusland' waarin een groter budget werd uitgetrokken voor steun aan oppositionele groeperingen in dat land, en dat er tegelijkertijd beperkingen werden ingevoerd op handels- en financieel gebied tegen Wit-Rusland. Ook de Europese Unie liet inzake Wit-Rusland van zich horen. Ook de EU heeft zo haar belangen: een toename van invloed in Wit-Rusland geeft een steviger positie ten opzichte van Moskou en de lonen in Wit-Rusland zijn zeer laag, de arbeiders zijn er geschoold, dus een bron van goedkope productiekrachten voor de Europese bedrijven. In de zoveelste demonstratie van Brussel om toch maar vooral gelijke tred te houden met de grote broers in Washington, nam de EU in 2005 ook handelsbeperkingen op tegen Wit-Rusland. In 2004 was nog geprobeerd om op diplomatiek goede voet met Loekasjenko te komen. Een maatregel die door de EU verder werd genomen was het beschikbaar stellen van een jaarlijkse bijdrage van 2 miljoen euro om het mogelijk te maken radio- en televisieprogramma's vanuit een EU-land (Litouwen) te richten op Wit-Rusland. De geschiedenis lijkt zich daarmee te herhalen: in de periode van de Koude Oorlog waren het door het Westen gefinancierde Radio Liberty en Radio Free Europe die hun propaganda op het Sovjetblok richtten. Bij de behandeling van de bijdrage van 2 miljoen euro zei EU-commissaris Ferrero-Waldner dat men bereid was om 'nog verdere stappen te nemen tegen Wit-Rusland'.

olie en gas...

De belangrijkste tegenkandidaat voor Loekasjenko bij de presidentsverkiezingen van 19 maart was Alexander Milinkevitsj. Milinkevitsj is een docent van de Universiteit van Minsk, die door een aantal Witrussische oppositiegroeperingen tot hun kandidaat werd gekozen voor de presidentsverkiezingen.
In de maanden voorafgaand aan de verkiezingen was hij al een aantal malen op uitnodiging van de EU naar Brussel gekomen. Zo had hij in januari 2006 een aantal afspraken met EU-kopstukken, onder andere ook met de eerdergenoemde Ferrero-Waldner, met Javier Solana en EU-parlementsvoorzitter Borrell. Bovendien woonde hij een zitting bij van de 25 EU-ministers van buitenlandse zaken en overal kon hij op steun en sympathie rekenen. Je neemt het tenslotte toch op tegen 'de laatste dictator van Europa'! Maar in de steun aan Milinkevitsj liet Brussel (nog?) niet het achterste van haar tong zien. De EU is van Rusland afhankelijk voor veel van haar olie- en gasinvoer, veel daarvan komt via pijpleidingen door Wit-Rusland en om nou de banden met Moskou op het spel te zetten voor de steun aan een oppositiekandidaat in Minsk… In januari 2006 was al gebleken welke machtsmiddelen Moskou heeft met de gas- en olieleveranties toen een prijzenoorlog met Oekraïne ook gevolgen voor de EU had. Een van de achtergronden van de problemen met Oekraïne was de 'Oranje Revolutie' en het uitschakelen van de Moskou-kandidaat Viktor Janoekovitsj door de coalitie van het Oekraïense sprookjeskoppel (zie daarvoor ook het artikel sprookjeskoppels bestaan niet) Joesjtsjenko en Timosjenko. Om die redenen is de EU voorzichtig waar het gaat om de steun aan een 'verandering van regime' in Wit-Rusland.