Kirgizie: van staatsgreep tot referendum

Een overzicht april-juni 2010

Begin april 2010 beweerden de belangrijkste oppositiegroeperingen in Kirgizië de macht van president Kurmanbek Bakijev te hebben overgenomen. Galina Skripkina van de oppositionele Sociaaldemocratische Partij verklaarde: "We hebben een akkoord bereikt dat de regering zal aftreden. Het gaat alleen nog om het ontslag van de regering, de president zelf heeft geen ontslag genomen. Hij moet ook ontslag nemen en formeel zijn ontslag indienen bij het parlement, zodat we een interim-regering kunnen benoemen."

door Bas van der Plas/INSUDOK

Ook oppositieleider Temir Sariyev zei dat met premier Daniyar Usenov was afgesproken dat de regering zou aftreden. Maar aan diverse persbureaus liet Usenov telefonisch weten dat hij en president Bakijev nog steeds aan de macht waren. Bij terugkeer van een bezoek aan Moskou werd Sariyev gearresteerd. Maar activisten van de oppositie bevrijdden hem kort daarna uit de gevangenis, samen met een aantal andere gedetineerde van de anti-regerings oppositie.
Na massale protesten tegen de regering in de westelijke stad Talas, rukten duizenden demonstranten op naar het presidentspaleis in de hoofdstad Bishkek. De politie en ordetroepen reageerden met traangas en rubberen kogels op de menigte, maar slaagde er niet in om de demonstratie uiteen te drijven. Vervolgens werd met scherp gevuurd, waarbij tientallen demonstranten gedood werden en honderden gewond raakten. Al snel kregen de demonstranten de controle over een aantal overheidsgebouwen in Bishkek en andere provinciale steden, evenals het hoofdkwartier van de nationale omroep. De oppositie beweerde ook diverse regionale overheden.te hebben overgenomen.

Massale protesten

Kirgizië is een voormalige Sovjet-republiek van 5,3 miljoen inwoners, gelegen in Centraal-Azië, grenzend aan China en in de buurt van Afghanistan. Het land is straatarm, de overheid leunt zwaar op contante betalingen van de Verenigde Staten en Rusland voor het gebruik van militaire bases in het land. De Amerikaanse luchtmachtbasis bij Manas is een van de belangrijkste logistieke centra voor de Amerikaanse troepen in Afghanistan. President Bakijev kwam aan de macht in 2005 na demonstraties tegen de regering, de zogenaamde "Tulpenrevolutie ', toen de toenmalige president Askar Akajev uit zijn ambt werd gezet na een paleiscoup die werd geleid door Bakijev, de voormalige premier. Sinds maart 2010 waren er regelmatig demonstraties tegen de regering, met duizenden die protesteerden in Bishkek en andere steden over de stroomuitval en de armoede, de hoge werkloosheid en de corruptie die het land teistert. De gestegen prijzen van basisbehoeften zoals water en gas, was koren op de molen van het verzet tegen de regering.
Als reactie had Bakijev in Bishkek en twee andere centra van anti-regering protesten, Talas en Naryn, een uitgaansverbod uitgevaardigd in een poging om de oppositie te onderdrukken. Ook werden de onafhankelijke media en het internet onder controle van de overheid gebracht. Stroomstoringen zijn een regelmatige gebeurtenis in het voorjaar, als gevolg van de aftakeling van de uit het Sovjet-tijdperk daterende waterkrachtcentrale. In tegenstelling tot de Centraal-Aziatische buurlanden Kazachstan en Turkmenistan, heeft Kirgizië vrijwel geen fossiele brandstoffen. Ongeveer een derde van de bevolking leeft onder de officiële armoedegrens, en veel families zijn afhankelijk van geld dat wordt overgemaakt door (illegale) Kirgizische gastarbeiders in Rusland.
Een ander doel van de demonstranten was ook het verzet tegen de steun van de regering-Bakijev voor de door de VS geleide oorlog in Afghanistan. Er zijn talrijke meldingen in het land dat de VS een "contra-terrorisme opleidingscentrum" in Kirgizië heeft opgericht, naar verluid een basis voor de CIA en het Pentagon. Internationale mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties hebben herhaaldelijk het regime in Bishkek veroordeeld wegens schendingen van fundamentele rechten. Verschillende journalisten die kritisch stonden tegenover Bakijev zijn geïntimideerd of gedood, en tv-zenders en kranten het zwijgen opgelegd. Gevangenen worden stelselmatig mishandeld en politici van de oppositie worden aangevallen en gedwongen in ballingschap te gaan. In februari 2010 leidde de moord op journalist Gennady Pavluk tot grote protesten in Bishkek. De journalist was vanaf het dak van een zes verdiepingen tellend gebouw gegooid, een moord die werd beschouwd als het antwoord op zijn kritiek op de corruptie bij de overheid en zijn samenwerking met de oppositie.

Bakijev en de Amerikanen

Bakijev won de presidentsverkiezingen van 2009, maar zowel in Kirgizstan als internationaal werd erkend dat op grote schaal was gesjoemeld. In tegenstelling tot de omstreden verkiezingen in Iran in 2009, weigerde Washington echter om de resultaten van de Kirgizische verkiezingen te veroordelen.
Het wrede regime in Kirgizië was een van de belangrijke bondgenoten van Washington's "war on terror." Het Amerikaanse leger heeft een uitvalsbasis in het land sinds 2001 als onderdeel van haar invasie van Afghanistan. De vliegbasis Manas heeft een cruciale rol gespeeld in de acht jaar bezetting van het land, evenals de toestroom van duizenden extra Amerikaanse troepen en materieel. In 2009 eiste de Kirgizische regering een verhoging van de huren van de Amerikaanse militaire basis Manas van 17 miljoen tot 60 miljoen dollar, met het dreigement de lease te beëindigen indien Washington weigerde te betalen. De VS en Bakijev stemden in met een nieuwe overeenkomst, met de huurverhoging, waardoor de Amerikaanse troepen bleven op Manas, en in wezen vrij om te doen wat ze willen op de basis.
De Amerikaanse militaire aanwezigheid in het land is een bron van zorg voor de Russische elite. De Russische regering heeft geweigerd een rol te spelen bij de protesten tegen Bakijev. Premier Vladimir Poetin zei in een verklaring tegen de Russische media over de protesten: "Noch Rusland, noch uw nederige dienaar, noch Russische ambtenaren hebben geen enkele verbinding met deze gebeurtenissen”.
Zowel Washington als het Kremlin hebben opgeroepen tot kalmte in het land, en beide machten zullen snel proberen hun wil op te leggen aan welke nieuwe regering er dan ook maar gevormd zal worden in Bishkek. China is ook een belangrijke speler in Kirgizië, de handel tussen de twee buren nam snel toe in het afgelopen decennium. De regering in Peking, net als zijn rivalen in Washington en Moskou, ziet Kirgizië als een belangrijke schakel naar de energierijke Kaspische Zee.

'Volksregering'

Een paar dagen na de bewering van de oppositie de regering van president Kurmanbek Bakijev te hebben omvergeworpen, bleef de controle over het verarmde land nog een heikel punt.
Oppositieleidster Roza Otunbayeva, hoofd van de zelfbenoemde voorlopige regering, zei dat Bakijev bezig was met het organiseren van verzet in de zuidelijke stad Jalalabad. Otunbayeva en haar medestanders zelf hadden de controle over een aantal regeringsgebouwen in de hoofdstad Bishkek en een aantal andere steden. De oppositie beweerde ook de steun te hebben van het grootste deel van het leger en de politie.
De oppositieleiders die beweren dat ze een nieuwe 'volksregering' leiden vertegenwoordigen niet de Kirgizische massa's. Voor het grootste deel zijn het voormalige ambtenaren uit de regimes van Bakijev of zijn voorganger, Askar Akajev. De laatste werd in 2005 omvergeworpen tijdens de door de VS gesteunde "Tulpenrevolutie", waarna Bakijev aan de macht kwam.
Net als in de andere landen die Washington steunde in hun "revoluties" (Georgië en Oekraïne) werd de zogenaamd 'democratische' leider gesteund door de VS en andere Westerse machten in het gewoon doorgaan met de anti-democratische methoden van de verdreven regimes en de verdergaande economische verslechtering voor de bevolking .
Een belangrijke reden voor de Amerikaanse steun aan Bakijev was zijn bereidheid om, ondanks de weerstand van het volk, aan het Amerikaanse leger de basis Manas bij Bisjkek te blijven 'verhuren' als de centrale basis voor het verplaatsen van Amerikaanse en NAVO-troepen in Afghanistan en de bevoorrading ervan. Het VS-imperialisme, zowel onder George W. Bush en Barack Obama, gaf zijn steun aan de regering van Bakijev ondanks zijn massale schendingen van de mensenrechten. Het regime is internationaal veroordeeld voor de detentie, intimidatie en het doden van haar politieke tegenstanders.
Op een recente reis naar het land, was secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-Moon, gedwongen te erkennen dat Kirgizië aan geen enkele fundamentele internationale norm van de democratische rechten voldoet, vooral met betrekking tot de vrijheid van de media. Tientallen journalisten die kritische kanttekeningen maakten over het regime van Bakijev en zijn trawanten werden aangevallen of gedood in de afgelopen vijf jaar, terwijl een aantal onafhankelijke media werd gecensureerd of gesloten.

Amerikaanse basis Manas

De explosieve gebeurtenissen in Kirgizië kwamen blijkbaar voor Washington totaal onverwacht. Maxim, de zoon van Bakijev, zou een ontmoeting hebben met functionarissen in Washington op de donderdag na de machtsovername, maar deze vergadering werd uitgesteld. Vader Bakijev had in oktober vorig jaar zijn zoon benoemd als hoofd van het Centraal Bureau voor Ontwikkeling, Investeringen en Innovatie. Het Amerikaanse leger kondigde ook aan dat zij vluchten in en uit de basis Manas had opgeschort. Het hoofd van de voorlopige regering, Roza Otunbayeva, heeft evenwel al jarenlange nauwe banden met de VS. Zij was een hoge functionaris onder Akajev en werd de eerste ambassadeur van Kirgizië in de VS. Zij was ook een belangrijke leidster van de Tulpenrevolutie en diende korte tijd als minister van Buitenlandse Zaken onder Bakijev.
Hoewel sommige oppositieleiders hebben opgeroepen tot de sluiting van Manas als Amerikaanse legerbasis, haastte Otunbayeva zich om Washington gerust te stellen, met de verklaring dat de voorlopige regering de status quo zal handhaven. In Washington werd voorzichtig gereageerd op de gebeurtenissen in Kirgizië, publiekelijk werd opgeroepen tot "terughoudendheid" van zowel de regering als van de oppositiepartijen.
Rusland, de VS, China en de Europese Unie hebben belang bij politieke stabiliteit in het land en ter voorkoming van chaos die een opening zou kunnen bieden aan het islamitisch radicalisme in het zuiden. De Amerikaanse elite vreest dat ook andere despotische bondgenoten in de regio - met inbegrip van het marionettenregime van Hamid Karzai in Afghanistan- zou kunnen worden bedreigd door volksopstanden. De omvang en de woede van de protesten van de onderdrukte en verarmde massa's vormen een bedreiging voor de lokale elites en de grote mogendheden.
Ondanks hun tegenstrijdige geopolitieke en economische belangen in Kirgizië, bezien Moskou en Peking, evenals Washington, ieder signaal van een volksopstand met angst en vijandigheid. Het stalinistische regime in China, dat een grens heeft met Kirgizië, heeft onlangs met geweld uitingen van oppositie onderdrukt in de westelijke provincie Xianjing, terwijl de Russische machthebbers nog altijd gewikkeld zijn in een wrede oorlog tegen de groeiende opstand van de moslim-meerderheid in de Noord-Kaukasus.
In een gebaar die haar bezorgdheid over een verdere verslechtering van de veiligheidssituatie in het land al aangeeft, heeft Moskou Otunbayeva erkend als het hoofd van een "regering van nationaal vertrouwen." En de Russische staatstelevisie meldde dat premier Vladimir Poetin Otunbayeva heeft toegezegd dat het Kremlin bereid is om Kirgizië te voorzien van "humanitaire hulp."
De Russische elite wil de rol van het VS-imperialisme in Centraal-Azië zoveel mogelijk beperken, een regio die traditioneel tot de invloedssfeer van Moskou behoort. Maar het primaire doel van Moskou, evenals van haar concurrenten in Washington en Beijing, is ervoor te zorgen dat de opstandige massabeweging in Kirgizië tegen het regime van Bakijev snel onder controle wordt gebracht.

Etnisch geweld

Maar die controle laat lang op zich wachten. Tot zeker eind juni (ruim 2 maanden na de eerste onlusten) blijft het onrustig in Kirgizië en de nterim-president Roza Otunbayeva roept de noodtoestand uit in het zuiden van het land, na te hebben toegegeven dat er etnische pogroms werden uitgevoerd tussen 10 en 14 juni. Er zouden ruim 2000 slachtoffers zijn. Deze doden vielen vooral onder de etnische minderheden van Oezbeekse gemeenschappen in Zuid-Kirgizië, waaronder in de steden Osh en Jalalabad.
Op 17 juni kwam het VN-Bureau voor humanitaire hulp met de schatting dat meer dan 400.000 mensen, of 8 procent van de bevolking van Kirgizië, hun huizen waren ontvlucht. Dit leverde zo'n 300.000 vluchtelingen binnen Kirgizië op en 100.000 mensen (niet meegeteld de kinderen) vertrokken naar het buurland Oezbekistan. Voordat het etnisch geweld losbarstte kende Kirgizië ongeveer 700.000 inwoners van etnisch-Oezbeekse afkomst, geconcentreerd in het zuiden van het land. Veel etnische Oezbeken zijn gevlucht naar geïmproviseerde kampen langs de grens van Kirgizië met Oezbekistan, waarvan delen zijn afgesloten door een hek dat is geplaatst in opdracht van de Oezbeekse regering. Rode Kruis-functionarissen zeiden dat er grote tekorten waren aan voedsel, water, onderdak en medicijnen. Sommige Oezbeken die dachten terug te keren naar hun huizen in Osh vonden ze volledig uitgebrand.
Het etnisch geweld brak twee maanden na de omverwerping van het regime van president Kurmanbek Bakijev uit. Bakijev vluchtte aanvankelijk naar het zuiden van Kirgizië en reisde vervolgens naar Wit-Rusland via Kazachstan. De meeste Kirgiezen in de zuidelijke regio ondersteunen Bakijev, terwijl de meeste Oezbeken achter het nieuwe Otunbayeva regime staan.
Mensenrechtenorganisaties suggereren dat de pogroms zijn gekoppeld aan gevechten tussen aanhangers van Otunbayeva en Bakijev. Volgens sommige berichten zouden Kirgizische militairen lukraak op Oezbeekse wijken geschoten hebben en dat het Kirgizische leger wapens zou overhandigen aan Kirgizische bendes die mee zouden rijden met de tanks van de Kirgizische militairen. Otunbayeva verklaarde als reactie dat de interim-regering delen van de strijdkrachten niet volledig onder controle heeft.

Uiteenvallen Sovjet-Unie

De tragedie in Kirgizië is vooral het product van de ontbinding van de Sovjet-Unie en de voortdurende Amerikaanse koloniale oorlogen in Afghanistan en Pakistan. De eerste spanningen in Kirgizië en Oezbekistan ontstonden al in 1990, toen nationalistische elementen binnen de Sovjet-bureaucratie etnische rivaliteiten opstookten in de Centraal-Aziatische delen van de Sovjet-Unie. Bij rellen in de zomer van 1990 vielen al meer dan 200 doden.
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de restauratie van het kapitalisme stortte de Kirgizische economie in en meer dan 200.000 Russen en 50.000 etnische Duitsers verlaten Kirgizië. In de 90er jaren daalt het inkomen per hoofd van de bevolking in Kirgizië met 50 procent, nadat de Centraal-Aziatische bureaucraten nationale grenzen en valuta's invoerden, staatsbedrijven sloten en in de regio industrie en handel implodeerde. Dat de Kirgizische economie is gegroeid is grotendeels te danken aan overmakingen van inwoners die werken in het buitenland, en haar rol als doorvoerland voor opiaten uit Afghanistan naar Rusland en Europa.
Te arm om een groot eigen leger erop na te houden, steunde het land tot 1999 op het Russische leger voor de veiligheid, en nog steeds zijn er Russische militaire bases in Kirgizië. Na de aanslagen van 9/11 leasde Kirgizië de vliegbasis Manas aan de VS, als een belangrijk element van het Amerikaanse netwerk voor de levering zijn bezettingstroepen in Afghanistan.
Bakijev werd beschouwd als een aanvaardbare bondgenoot van de NAVO in Centraal-Azië, een regio die steeds belangrijker werd vanwege de Afghaanse bezetting en strategisch gelegen langs de ontluikende handelsroutes tussen China, Rusland en het Midden-Oosten.
Tijdens de recente pogroms tegen de Oezbeekse bevolking in het zuiden riep Otunbayeva Rusland op om vredestroepen te sturen. Er werd op gewezen dat "de situatie in het zuiden van Kirgizië dicht bij een humanitaire ramp is", maar de Russische president Dmitri Medvedev weigerde haar verzoek op 18 juni. "Onze partners in Kirgizië moeten zelf omgaan met deze situatie. Het is een intern probleem. En ik hoop dat ze in staat zullen zijn tot een regelen te komen", zei hij. Echter, er is voortdurende speculatie over de vraag of, en onder welke voorwaarden, Rusland, onder auspiciën van de Veiligheidsorganisatie van het GOS zich ermee zal (moeten) bemoeien.
Terwijl de VS tot nu toe heeft verklaard dat het alleen bereid is om humanitaire hulp te bieden, wordt zij onder druk gezet door de Kirgizische regime om meer ondersteuning te bieden. Voor Washington is de luchtmachtbasis Manas in het land cruciaal voor de voortzetting van de oorlog in Afghanistan. Het Otunbayeva regime heeft gedreigd de Verenigde Staten de lease-faciliteit van Manas te herroepen, indien de regering-Obama geen gebruik maakt van haar gezag in Londen om Maxim Bakijev, de zoon van de voormalige president en een belangrijke machtsfiguur, uitgeleverd te krijgen, die momenteel wordt vastgehouden door de Britse geheime diensten in Groot-Brittannië.

Referendum omstreden

Op zondag 27 juni 2010 hield de interim-regering van Otunbayeva een referendum over het invoeren van een nieuwe Grondwet in Kirgizië. Leiders van de Kirgizische oppositie stelden dat het onmogelijk is dat meer dan 90 procent van de stemmers zich achter de nieuwe grondwet schaarde. Het waren uitslagen die herinnerden an de Sovjettijd (“de enige kandidaat heeft gewonnen”). “Waarnemers van onze partij komen toit heel andere uitslagen dan die van de centrale kiescommissie”, zei Adakhan Madumarov, leider van de Batun Kirgizische partij en medestander van de afgezette president Koermanbek Bakijev. Ook Omurbek Suvanalijev van de oppositionele partij Ata-Zhurt zei in een persverklaring dat de interim-regering van Roza Otunbayeva massaal heeft gefraudeerd bij het registeren van de kiezers. De Russische president Dmitri Medvedev uitte zijn twijfels over het referendum. Hij vraagt zich af of het wel mogelijk is Kirgizië om te vormen tot een parlementaire democratie. ''Kirgizië kampt met grote problemen'', zei Medvedev. ''Er is het gevaar dat het land uiteenvalt. Om dat te voorkomen, is er een sterke, goed georganiseerde autoriteit nodig.'' Volgens Otunbayeva is de nieuwe grondwet echter een belangrijke stap op weg naar een nieuwe, betere toekomst. '',De mensen hebben een werkelijk einde gemaakt aan het tijdperk van autoritair, nepotistisch bestuur'', zei Otunbayeva in een eerste reactie op de uitslag van het referendum. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) stelde als enige dat het referendum vreedzaam en voor het grootste deel transparant is verlopen. OVSE-woordvoerder Boris Frlec zei dat er nog wel wat werk moet worden gedaan om van de parlementaire verkiezingen, die mogelijk in september worden gehouden, een succes te maken.