De tragiek van GeorgiŽ


Met het aan de macht komen van Mikhail Saakashvili als president in GeorgiŽ zijn de Amerikaanse geopolitieke ambities in de regio weer een stap dichterbij gekomen. Het gaat hier om de controle over de grootste olie- en gasvoorraden ter wereld en de definitieve genadeklap voor oude rivaal Rusland in het gebied.

door Bas van der Plas/INSUDOK

Ruim een week na het verdwijnen van Shevardnadze hadden zijn opvolgers, Mikhail Saakashvili en Nino Boerdjanadze, een gesprek met de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Colin Powell om kritiek op Rusland te formuleren met de eis om de laatste Russische legerbases in GeorgiŽ te ontruimen. Deze kritiek leidde tot een openlijk conflict tussen de VS en Rusland tijdens de OVSE-top in Maastricht. Powell riep hier Moskou op de troepen uit zowel GeorgiŽ als Moldova terug te trekken en waarschuwde dat steun aan leiders van separatistische bewegingen in de Zuid-Kaukasus niet zou worden getolereerd. Boerdjanadze verklaarde tijdens een persconferentie na een gesprek met de Russische minister van buitenlandse zaken Ivanov dat "Moskou niet gereed was om nieuwe betrekkingen met GeorgiŽ aan te gaan onder nieuwe politieke verhoudingen". Daarmee was de toon gezet. Als ultieme demonstratie kwam ook nog op 5 december Donald Rumsfeld in Tbilisi op bezoek om te laten zien hoe de Amerikanen in hun nopjes zijn met het nieuwe Georgische bewind en om te tonen dat Washington ook bereid zou zijn om militaire steun te leveren, mocht het tot gewapende confrontaties komen tussen het nieuwe bewind in Tbilisi en de afgescheiden provincies Abchazie in het westen, Ossetie in het noorden en Adjarie in het zuiden van het land. Een week daarvoor had de Russische president Putin nog gesprekken gevoerd met de drie leiders van deze provincies, waarna Aslan Abashidze, de gouverneur van Adjarie, zei te rekenen "op de Russische troepen in Batumi (hoofdstad van Adjarie, bvdp) om agressie van de kant van Tbilisi tegen te gaan". Abashidze weigerde de nieuwe machthebbers te erkennen en sloot de grenzen tussen Adjarie en GeorgiŽ met de dreiging om de Georgische verkiezingen van 4 januari te zullen boycotten, wat uiteindelijk op het laatste moment voorkomen werd. De verkiezingen waren niet meer dan een formaliteit, omdat de door de VS gesteunde oppositie die in het weekeinde van 22-23 november tot een 'fluwelen revolutie' kwam, zich schaarde rond de nu tot president gekozen meest prominente opportunistische leider van de opstand, Mikhail Saakashvili.
George Bush zelf had al getelefoneerd met de tweede opportuniste, waarnemend president van GeorgiŽ Nino Boerdjanadze, en haar beloofd om "te intervenieren wanneer de Georgische soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit in gevaar zouden komen". Het daarop volgende bezoek van Rumsfeld was enkel een onderstreping van de verklaring van Bush.

oliebelangen
Uiteraard heeft de door Washington gesteunde coup in GeorgiŽ niets te maken met 'versteviging van de democratie', 'verdediging van de mensenrechten' of de andere fraaiklinkende cliches die in dit soort gevallen de media in worden geslingerd. GeorgiŽ heeft gewoon de pech om een strategische positie te hebben tussen de Zwarte Zee en de olierijke Kaspische Zee en is sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 al inzet van de strijd om de macht in de regio, die gevoerd wordt door Rusland, de VS, Europa, Turkije en Iran. Vanaf 1991 is het politieke doel van Washington om de Russische invloed in GeorgiŽ en de rest van de Kaukasus te verzwakken en de Amerikaanse belangen in de regio te laten domineren. Al onder Clinton werd zeer veel geinvesteerd in de aanleg van een pijpleiding die de olie uit de bronnen van Bakoe in Azerbeidjan naar westerse markten zou moeten transporteren, waarbij het grondgebied van zowel Rusland als Iran kon worden ontweken. Die plannen legden een zware druk op GeorgiŽ, omdat de olieleiding zou lopen door een wispelturig en etnisch verdeeld land. De pijpleiding, van Bakoe naar de Turkse Middellandse Zeehaven Ceyhan, zou in 2005 operatief moeten zijn. Voor Washington werd daarom de stabiliteit in GeorgiŽ een steeds dringender belang. Een eerder geplande pijpleiding van Bakoe naar de Georgische plaats Supsa aan de Zwarte Zee ging niet door omdat de Turkse wetgeving het niet toestaat dat tankers en andere schepen met gevaarlijke lading door de Bosporus varen, de enige uitweg uit de Zwarte Zee, vanwege het potientiele gevaar voor de hier liggende miljoenenstad Istanboel.
De prominente nieuwe machthebbers in GeorgiŽ, Saakashvili en Boerdjanadze, behoorden tot de kleine kring van vertrouwensfiguren rond Shevardnadze. Hun verzet tegen hun voormalige broodheer is pas van recente datum, evenals hun omarming van de democratie. Ook het argument dat 'de ongebreidelde corruptie het noodzakelijk maakte tegen Shevardnadze op te treden' klinkt nauwelijks geloofwaardig. Nee, het gaat hier om rasopportunisten, die de Georgische traditie voortzetten om het land en volk te verkopen aan de hoogstbiedende. Mikhail Saakashvili, de voorbestemde erfgenaam van Shevardnadze, is 36 jaar, afgestudeerd aan de George Washington Universiteit in Washington en aan de rechtenfaculteit van Columbia University in New York. Vervolgens werkte hij enige tijd bij het New Yorkse advocatenkantoor Patterson, Belknap, Webb & Tyler, dat grote belangen heeft in de Zuidkaukasische staten GeorgiŽ, Armenie en Azerbeidjan. De Nederlandse media maakten er uitgebreid melding van dat Sandra Roelofs uit Terneuzen zijn vrouw is en de nieuwe 'first lady' van GeorgiŽ is geworden.
Saakashvili was na zijn Amerikaanse activiteiten Minister van Justitie onder Shevardnadze! In die tijd sprak hij niet over de politieke gevangenen in GeorgiŽ, niet over de repressie, de politieke moorden. Nee, pas in de laatste tijd distantieerde hij zich van Shevardnadze, toen zijn Amerikaanse 'adviseurs' hem influisterden dat de tijd voor verandering weleens spoedig zou kunnen aanbreken en er een marionet nodig was. In de zomer van 2003 stelde hij zich kandidaat voor de burgemeestersverkiezingen van Tbilisi en werd op die post gekozen.
Nino Boerdjanadze, de voorzitster van het parlement, brak pas in augustus 2003 met Shevardnadze na een conflict over het vertrek uit GeorgiŽ van de Amerikaanse energiegigant AES Corporation, die haar energiebelangen in GeorgiŽ aan een Russisch staatsbedrijf verkocht. Door de zeer lage inkomens in GeorgiŽ konden mensen hun energierekeningen niet betalen en maakte AES niet de verwachte winst. Gevolg was dat AES op veel plaatsen in GeorgiŽ de elektriciteit afsloot, in andere plaatsen was er een paar uur per etmaal stroom.
Saakashvili plaatste zichzelf aan het hoofd van de protestbeweging in Tbilisi na de parlementsverkiezingen van 2 november. Toen Shevardnadze op 22 november trachtte het nieuwe parlement te openen werd hij geconfronteerd met tienduizenden demonstranten op Rustaveli Prospekt, de belangrijkste straat van Tbilisi waaraan ook het parlementsgebouw staat. "Kmara" ("het is genoeg geweest") was de voornaamste leus van de demonstranten die het parlementsgebouw binnendrongen en Shevardnadze tot een aftocht dwongen. De volgende dag verklaarde Boerdjanadze zichzelf tot uitvoerend president.
De ruim 10 jaar dat Shevardnadze in GeorgiŽ aan het bewind was kenmerkten zich door een enorm economisch verval in de republiek, die in de Sovjettijd een van de meest welvarende was. Gevolg was dat de pensioenen gemiddeld 12 euro per maand bedroegen, het gemiddelde loon 30 euro per maand en alleen leden van het repressieapparaat, politie en geheime dienst, zo’n 120 euro salaris kregen. Het repressieapparaat was dan ook de voornaamste basis waarop Shevardnadze zijn bewind baseerde. Intussen plukte Shevardnadze, zijn familie en zijn kring getrouwen ijverig uit de schatkist: voor zichzelf kocht Shevardnadze een landgoed in Turkije voor ruim 1 miljoen euro, een landhuis in Duitsland voor 10 miljoen, zijn zoon kocht een appartement aan de Champs Elysees in Parijs en dochter Shevardnadze liet grote panden in Tbilisi ombouwen tot casino en nachtclub. Terwijl de Shevardnadze-clan zichzelf verrijkte hongerde het Georgische volk.

de stilte doorbroken
De voornaamste factor voor het verdwijnen van Shevardnadze was niet de volksopstand in Tbilisi, maar de stopzetting van politieke steun uit Washington. De ooit innige relaties (de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker werd als boezemvriend van Shevardnadze beschouwd) waren de afgelopen jaren al wat bekoeld en de economische crach in Rusland van 1998 maakte het voor Washingon duidelijk dat Shevardnadze niet de aangewezen man was om stabiliteit in GeorgiŽ te garanderen, omdat het land economisch nog te afhankelijk van Rusland was. De VS gingen over tot steun aan de zogenaamde 'democratische oppositie' die uit het niets kwam, omdat de echte oppositie tegen Shevardnadze in de gevangenis zat, was vermoord, of noodgedwongen het land had verlaten.
Shevardnadze reageerde door te trachten weer nauwere betrekkingen met Moskou aan te knopen.
Aanvankelijk liet Washington weinig van zich horen na de verkiezingen van 2 november. Maar op 21 november werd de strategische stilte doorbroken met de verklaring dat de VS "diep teleurgesteld waren over het verloop van de Georgische parlementsverkiezingen". Dat was het sein voor de oppositie om in de aanval te gaan. In het weekeinde van 22-23 november telefoneerde Colin Powell tweemaal met Shevardnadze om hem ervan te overtuigen dat "het maar beter was om af te treden". Nadat Saakashvili en aanhang de macht hadden overgenomen gaf Washington direct een steunverklaring aan het nieuwe regime in GeorgiŽ en waarschuwde Moskou voor "iedere poging tot interventie". Saakashvili op zijn beurt liet zonder enige schaamte zijn trouw aan Washington blijken door een verklaring over zijn 'verplichtingen aan de globale expansie van de democratie' en steun aan 'een echte markteconomie' en aan de oliepijpleiding van Bakoe naar Ceyhan, die 'niets meer of minder is dan een herleving van de oude Zijderoute'.
Washington heeft geen democratische pretenties in de Kaukasus, maar voert daar haar eigen geopolitieke machtsspel. Het is daarom niet opmerkelijk dat de fraude bij de verkiezingen in GeorgiŽ inzet werd van een door de VS geinitieerde volksopstand, terwijl eenzelfde fraude in Azerbeidjan korte tijd daarvoor geluidloos werd gesanctioneerd door Washington. Maar Azerbeidjan was dan ook al een verklaard bondgenoot, terwijl Shevardnadze nog weleens wispelturig gedrag vertoonde in zijn buitenlandse politieke voorkeur.
Als enige overgebleven supermacht is Washington nu bezig om de Russische Federatie te omringen met een cordon van Amerikaanse militaire steunpunten en werkt openlijk aan de uitbreiding van invloed in de voormalige Sovjetrepublieken. Controle over de regio betekent controle over immense olie- en gasvoorraden en voor de dollars zijn er altijd marionetten en opportunisten te vinden, zoals Saakashvili duidelijk gedemonstreerd heeft! Arm GeorgiŽ en haar bevolking blijft weer niets anders over dan de rol die zij al eeuwen heeft: een speelbal van belangen die vele malen groter zijn dan het land zelf.

Bas van der Plas, coordinator van INSUDOK, informatie- en dokumentatiecentrum over de voormalige Sovjet-Unie en de landen van het GOS. Auteur van o.a."GeorgiŽ, traditie en tragedie in de Kaukasus", in 2000 verschenen bij uitgeverij Papieren Tijger in Breda.