DE AMNESTIEBESLUITEN OVER TSJETSJENIË

 

Besluit van de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema van 6 juni 2003, N 4124-III SD

 

OVER HET BESLUIT VAN DE STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER HET VERLENEN VAN AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE TSJETSJEENSE REPUBLIEK”

 

De Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie besluit:

  1. Te aanvaarden het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie “Over het verlenen van amnestie in verband met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek”.
  2. Het aangeduide besluit te sturen naar de ‘Parlamentskaja Gazeta’, ‘Rossijskaja Gazeta’ voor officiële publicatie.
  3. Dit besluit wordt van kracht vanaf de dag waarop het is aangenomen.

 

De plaatsvervangend voorzitter

 van de Staatsdoema van

 de Federale Vergadering

 van de Russische Federatie,

G. Boos

 

 

Besluit van de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema

van 6 juni 2003, N 4125-III SD

 

OVER HET VERLENEN VAN AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE TSJETSJEENSE REPUBLIEK

 

In verband met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek,  zich baserend op de principes van het humanisme, met het doel de herinvoering van de civiele vrede, en in overeenstemming met het gestelde in punt ‘e’ van deel 1, artikel 103 van de Grondwet van de Russische Federatie, besluit de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie:

 

  1. Niet in te stellen strafrechtelijke vervolging tegen personen die de maatschappij in gevaar brengende daden hebben begaan in de loop van het gewapende conflict en (of) hebben uitgevoerd contraterroristische operaties aan de grenzen van de vroegere Tsjetsjeno-Ingoesjetische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, die afstand deden van deelname aan onwettige gewapende formaties of vrijwillig de wapens en het militair materieel inleverde, in relatie tot militairen, medewerkers van de organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, instellingen en organen van het strafrechtelijk-uitvoerend systeem van het Ministerie van Justitie van de Russische Federatie, andere troepen, legerformaties en -organen, die de maatschappij in gevaar brengende daden hebben begaan in de loop van het uitvoeren van het aangeduide gewapende conflict en contraterroristische operaties.
  2. Het beëindigen van strafzaken die zich in uitvoering  bevinden bij de onderzoeksorganen en in gerechtelijk vooronderzoek, en strafzaken die niet door rechtbanken zijn behandeld tegen personen genoemd in punt 1 van dit besluit.
  3. Het vrijlaten uit hechtenis van personen, genoemd in punt 1 van dit besluit.
  4. Niet uit te strekken de werking van punt 1-3 van dit besluit op:

personen, die daden hebben begaan, voorkomend in de artikelen 66-68, 77, 91, 102, 103, 117, 191-2, 229, 240 en 242 van het Wetboek van Strafrecht van de RSFSR, bekrachtigd door de Wet van de RSFSR van 27 oktober 1960 “Over de bekrachtiging van het Wetboek van Strafrecht van de RSFSR”, in de redaktie van de wetten en andere normatieve rechtsakten, aangenomen in de periode van 27 oktober 1960 tot 1 januari 1997, in de delen die betrekking hebben op het aanbrengen van veranderingen en aanvullingen op het Wetboek van Strafrecht van de RSFSR;

personen die daden hebben gepleegd die voorkomen in de artikelen 105, 111, 126, 131, 132, 152, 162, 205, 206, 209, 244, 277, 281, 294-296, 317, 333, 334 en 357 van het Wetboek van Strafrecht van de Russische Federatie;

personen die misdaden hebben begaan van een zeer gevaarlijke recidive; buitenlandse burgers en statenloze personen.

  1. Het afzien van vervolging tegen personen, vrijgelaten uit hechtenis op basis van punt 3 van dit besluit.
  2. Dit besluit wordt van kracht vanaf de dag van officiële publicatie en wordt uitgevoerd in de orde, voorzien in het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie “Over het verlenen van amnestie in verband met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek”.

 

De plaatsvervangend voorzitter

 van de Staatsdoema van

 de Federale Vergadering

 van de Russische Federatie,

G. Boos

 

 

Besluit van de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema

van 6 juni 2003, N 4126-III SD

 

 

OVER HET BESLUIT VAN DE STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER  DE ORDE VAN TOEPASSING VAN HET BESLUIT VAN DE STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER HET VERLENEN VAN AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE TSJETSJEENSE REPUBLIEK”

 

De Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie besluit:

 

  1. Te aanvaarden het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie “Over de orde van toepassing van het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie ‘Over het verlenen van amnestie in verband met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek’”.
  2. Aan te bevelen aan de President van de Russische Federatie om op te dragen aan het Ministerie van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, het Ministerie van defensie van de Russische Federatie, de Federale veiligheidsdienst van de Russische Federatie, de Administratie van de Tsjetsjeense Republiek vast te stellen, in overeenstemming met het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie niet later dan 10 dagen vanaf de dag vanaf het van kracht worden van dit besluit, de orde van informatie over het vrijwillig staken van gewapende tegenstand, de orde van informatie over personen die vrijwillig de gewapende tegenstand staken, en bovendien de orde van aflevering, ontvangst, registratie en bewaring van de wapens en het militair materieel, de orde van het uitgeven van documenten die het feit van vrijwillige beëindiging van gewapende tegenstand bevestigen.
  3. Met de bedoeling om misdadige aanslagen te voorkomen, begaan uit motieven van wraak voor het weigeren van deelname aan onwettige gewapende formaties of voor het vrijwillig inleveren van wapens en militair materieel, op het leven, de gezondheid en bezittingen van de personen, genoemd in punt 4 van het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie ‘Over het verlenen van amnestie in verband met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek’, en het in verband daarmee genomen besluit over toepassing van de akte over amnestie, hun naaste verwanten stellen voor aan de Regering van de Russische Federatie, niet later dan 10 dagen vanaf de dag van het van kracht worden van dit besluit, uit te werken te nemen maatregelen voor het garanderen van de veiligheid van de genoemde personen, waaronder ook het doen van vertrouwelijke mededelingen daarover.
  4. Met het doel om uit te sluiten gevallen van ongegronde uitvoering van strafrechtelijke vervolging van personen, aangeduid in punt 4 van het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie “Over de orde van toepassing van het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie ‘Over het verlenen van amnestie in verband met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek’, voor daden waarvoor het plegen ervan de gegeven persoon reeds was vrijgesteld van strafrechtelijke verantwoording op basis van het nemen van het gerelateerde besluit over toepassing van de akte over amnestie, aan te bevelen aan het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie om de aan haar ondergeschikte officieren van justitie te belasten met het uit te voeren toezicht op de motivatie van de in gang gezette strafzaken en de uit te voeren verdere strafvervolging in relatie tot de personen op wie de akte over amnestie werd toegepast.
  5. Te sturen dit Besluit aan de President van de Russische Federatie, aan de Regering van de Russische Federatie, aan het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie.
  6. Het aangeduide besluit te sturen naar de ‘Parlamentskaja Gazeta’, ‘Rossijskaja Gazeta’ voor officiële publicatie.
  7. Dit besluit wordt van kracht vanaf de dag waarop het is aangenomen.

 

De plaatsvervangend voorzitter

 van de Staatsdoema van

 de Federale Vergadering

 van de Russische Federatie,

G. Boos

 

 

Besluit van de Federale Vergadering van de Russische Federatie, Staatsdoema

van 6 juni 2003, N 4127-III SD

 

“OVER  DE ORDE VAN TOEPASSING VAN HET BESLUIT VAN DE STAATSDOEMA VAN DE FEDERALE VERGADERING VAN DE RUSSISCHE FEDERATIE “OVER HET VERLENEN VAN AMNESTIE IN VERBAND MET HET AANNEMEN VAN DE GRONDWET VAN DE TSJETSJEENSE REPUBLIEK”

 

1. Onder de werking van het besluit van de Staatsdoema van de Federale Vergadering van de Russische Federatie ‘Over het verlenen van amnestie in verband met het aannemen van de Grondwet van de Tsjetsjeense Republiek’ (hierna: ‘besluit over verlenen van amnestie’), vallen personen die de maatschappij in gevaar brengende daden hebben begaan in de loop van het gewapende conflict en (of) hebben uitgevoerd contraterroristische operaties aan de grenzen van de vroegere Tsjetsjeno-Ingoesjetische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, in de periode van 12 december 1993 tot de dag van het van kracht worden van het besluit over amnestie, die afstand deden van deelname aan onwettige gewapende formaties of vrijwillig de wapens en het militair materieel inleverden voor 00 uur van 1 september 2003.

Militairen, medewerkers van de organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, instellingen en organen van het strafrechtelijk-uitvoerend systeem van het Ministerie van Justitie van de Russische Federatie, alsmede burgerpersoneel, werkend en dienend in de Strijdkrachten van de Russische Federatie, andere troepen, legerformaties en –organen, genoemd in punt 1 van het besluit over verlenen van amnestie, vallend onder de werking van dit besluit, wanneer zij begingen de maatschappij in gevaar brengende daden in de periode van 12 december 1993 tot de dag van het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie.

2. Onder het gewapende conflict, genoemd in punt 1 van het besluit over verlenen van amnestie, moet worden begrepen de strijd tussen:

a. gewapende formaties (gewapende verenigingen, detachementen, zelfverdedigingstroepen, andere gewapende groeperingen), gevormd en optredend in overtreding van de wetgeving van de Russische Federatie (hierna: onwettige gewapende formaties), en organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie en subdivisies van de binnenlandse troepen van het Ministerie van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, andere troepen, troepenformaties en –organen;

b. onwettige gewapende formaties, gevormd voor het bereiken van bepaalde politieke doelen;

c. personen, niet deel uitmakend van onwettige gewapende formaties, maar deelnemend aan de gewapende strijd op etnische of religieuze gronden.

3. Onder personen die afstand deden van deelname aan onwettige gewapende formaties, of vrijwillig de wapens en het militaire materieel inleverden, wordt begrepen deelnemers aan onwettige gewapende formaties, andere personen die deelnamen aan het gewapende conflict en (of) tegenacties van de uitgevoerde contraterroristische operaties aan de grenzen van de vroegere Tsjetsjeno-Ingoesjetische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, die vrijwillig de gewapende tegenstand beëindigden, zich meldend bij vertegenwoordigers van subdivisies van de binnenlandse troepen van het Ministerie van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, de Strijdkrachten van de Russische Federatie, andere troepen, legerformaties en –organen, en tevens bij vertegenwoordigers van de organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, organen van de Federale veiligheidsdienst, organen van het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie, het militair gezag of militaire commissarissen en die afgaven de in hun bezit zijnde wapens en het militair materieel.

5. Het Ministerie van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, het Ministerie van defensie van de Russische Federatie, de Federale veiligheidsdienst van de Russische Federatie en de Administratie van de Tsjetsjeense Republiek, in overeenstemming met het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie, stellen vast de orde van informatie over het vrijwillig staken van gewapende tegenstand, de orde van informatie over personen die vrijwillig de gewapende tegenstand staken, en bovendien de orde van aflevering, ontvangst, registratie en bewaring van de wapens en het militair materieel, de orde van het uitgeven van documenten die het feit van vrijwillige beëindiging van gewapende tegenstand bevestigen.

6. Personen die vallen onder de werking van het besluit over verlenen van amnestie worden vrijgelaten uit hechtenis, en tevens uit aanvullende hechtenis, wanneer dit laatste niet is voltrokken op de dag van het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie.

Personen die vallen onder de werking van het besluit over verlenen van amnestie worden niet vrijgesteld van het vergoeden van schade, door hen berokkend als gevolg van het begaan van de maatschappij in gevaar brengende daden.

7. De uitvoering van het besluit over verlenen van amnestie wordt opgedragen aan:

a. organen van onderzoek en vooronderzoek in verband met personen, genoemd in punt 4 van dit besluit, en tevens in verband met personen waarvan de zaken en gegevens over misdaden zich bevinden in de uitvoering van deze organen;

b. aan rechtbanken in relatie tot personen waarvan de strafzaken zich bevinden onder de rechter en niet zijn behandeld tot het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie, en tevens in relatie tot personen in strafzaken die zijn behandeld, maar het vonnis van de rechtbank nog niet van kracht is geworden;

in relatie tot veroordeelden die een straf uitzitten die overschrijdt de orde van de voorziene wetten en de uitgesproken veroordeling in overeenstemming is met artikel 73 van het Wetboek van Strafrecht van de Russische Federatie. Over de vraag over toepassing van de akte over amnestie in verband met de aangegeven veroordelingen wordt beslist door de rechtbank, na het voorleggen door de organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, die de controle uitvoeren op uitvoering van de veroordelingen;

in relatie tot veroordelingen in de vorm van boetes, wanneer de boete niet is geïnd voor het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie.

Over de vraag van toepassing van de akte van amnestie in relatie tot uitgesproken veroordelingen beslist de rechtbank die het vonnis heeft uitgesproken;

in relatie tot personen, voorwaardelijk vervroegd vrijgelaten uit gevangenschap en personen, waarbij een niet uitgezeten deel van hun straf is vervangen door een mildere vorm van gevangenschap tot het van kracht worden van het besluit over verlenen van amnestie.

Over de vraag van toepassing van de akte over amnestie in relatie tot de aangewezen personen beslist de rechtbank die een oordeel heeft uitgesproken over de toepassing van de voorwaardelijke vervroegde vrijlating uit gevangenschap of de vervanging van het niet-uitgezeten deel van de straf door een mildere vorm van gevangenschap;

c.organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie in relatie tot veroordelingen tot het ontnemen van de vrijheid, zich niet in hechtenis bevindend, uitspraken in zaken die wettelijk van kracht werden;

d. instellingen die straffen uitvoeren in de vorm van vrijheidsbeperking, en huizen van bewaring in relatie tot veroordelingen van vrijheidsbeperking, uitspraken in zaken die wettelijk van kracht werden;

e. strafrechtelijk-uitvoerende inspecties, in relatie tot personen die een straf uitzitten in de vorm van correctieve arbeid, het ontnemen van het recht op uitoefening van bepaalde functies of uitoefenen van bepaalde activiteiten;

f. de leiding van de disciplinaire legeronderdelen, in relatie tot militairen die zijn veroordeeld tot toetreding tot de disciplinaire legeronderdelen.

  1. Besluiten over toepassing van de akte over amnestie worden in relatie tot iedere persoon individueel genomen.

De organen aan wie de uitvoering van het besluit over het verlenen van amnestie wordt opgedragen wordt het recht verleend om bij de overeenkomstige instellingen strafrechtelijke gegevens en andere materialen op te vragen die noodzakelijk zijn voor een beslissing op de vraagstukken in verband met toepassing van de akte over amnestie. Aan dergelijke aanvragen moet zonder vertraging worden voldaan.

  1. Het besluit over toepassing van de akte over amnestie, aangenomen door de organen van onderzoek en gerechtelijk onderzoek, de organen van binnenlandse zaken van de Russische Federatie, de administraties van correctieve instellingen en andere plaatsen van het verblijven in hechtenis, strafrechtelijk-uitvoerende inspecties, en tevens de leiding van disciplinaire legeronderdelen, wordt gesanctioneerd door de Openbare Aanklager.
  2. Het besluit over het verlenen van amnestie wordt uitgevoerd in de loop van zes maanden vanaf de dag van het van kracht worden. In gevallen, waarbij de toepassing van de akte over amnestie de zes maanden overschrijden vanaf de dag van het van kracht worden van het besluit over het verlenen van amnestie, wordt zij voltrokken in overeenstemming met punt 1 van het aangeuide besluit.
  3. Dit besluit wordt van kracht vanaf de dag van officiële publicatie.

 

. De plaatsvervangend voorzitter

 van de Staatsdoema van

 de Federale Vergadering

 van de Russische Federatie,

                                                                                                                                              G. Boos

 

TERUG NAAR INSUDOK-WEBSITE