Naar aanleiding van Oekraïne

Russische dreiging voor Estland?

In mijn woonplaats Narva (Estland) vond onlangs een bijeenkomst plaats van de ministers van buitenlandse zaken van de Baltische en Noordse landen en van de staten van de Vysehrad-groep. Afvaardigingen uit Estland, Letland, Litouwen, Finland, Zweden, Noorwegen, Denemarken, IJsland, Polen, Tsjechië, Slovakije en Hongarije troffen elkaar in het in Narva gevestigde filiaal van de Universiteit van Tartu.

Het voornaamste onderwerp van de besprekingen was de situatie in Oekraïne. Na afloop van de gesprekken werd een persconferentie gegeven waar de ministers spraken over standpunten met betrekking tot de ingewikkelde situatie in Oekraïne en de eventuele oplossingen. Ik mocht de persconferentie bijwonen na het tonen van een oeroude perskaart van de NVJ (!). Er werd evenwel niet veel nieuws gehoord.

De beoordeling van de Oekraïense crisis en de houding van zowel Europa als Rusland was volkomen voorspelbaar tijdens de topconferentie van de ministers van buitenlandse zaken in Narva. Zij spraken zich uit volkomen in lijn met de regering in Kiev die na de staatsgreep aantrad en kritisch ten aanzien van de houding van Rusland. Overigens werd duidelijk dat de standpunten ten aanzien van de houding van Rusland onderling uiteen liepen. Vooral Litouwen, Letland en Polen keurden de Russische houding fel af, maar de ministers van buitenlandse zaken van Finland en Zweden stelden zich terughoudender op. Maar allen spraken zich toch op de een of andere wijze uit over de ontoelaatbaarheid van de inzet van geweld van de kant van Rusland en de noodzaak van legitieme manieren om tot een oplossing voor het binnenlandse conflict te komen. Zij spraken ook hun grote ongerustheid uit over de stabiliteit van de energiesituatie in die landen van Europa die voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van Russisch gas.

Beeld van de persconferentie van de ministers van buitenlandse zaken in Narva

De bijeenkomst van de ministers van buitenlandse zaken vond in Estland plaats omdat op dit moment het land coördinator is van het samenwerkingsverband van Baltische en Noordse landen. En het was vooral symbolisch dat de bijeenkomst plaatsvond in mijn woonplaats Narva omdat deze regio in het kader van de ontwikkelingen in Oekraïne bol staat van de speculaties over mogelijke scenario's hier en daar. Narva ligt op de grens met Rusland, de bevolking van de stad (ruim 65.000 inwoners) bestaat voor meer dan 90% uit Russen. De stad ligt in de provincie Ida-Virumaa, waar bijna 72% van de bevolking Russisch is. Toen Estland aan het begin van de jaren 90 onafhankelijk werd, na tientallen jaren een Sovjetrepubliek te zijn geweest, was de Russische bevolking (25% van het totaal, maar een meerderheid in het oosten van Estland) bang voor de toekomst, zij werden van overheersers opeens een minderheid. Zij vreesden represailles en discriminatie van de kant van de Estse bevolking. In het oosten van het land ontstond een beweging die aansluiting zocht bij de Russische Federatie. Die was vooral in de eerste jaren van de Estse onafhankelijkheid zeer actief en had een vrij grote aanhang, inmiddels is de beweging gemarginaliseerd en steekt nog af en toe eens de kop op, zoals nu weer rond de situatie in Oekraïne en de Krim.

De variant van Narva

Over de 'variant van Narva', de rol van Europa, de Verenigde Staten en Rusland met betrekking tot de situatie in Oekraïne en de verhouding van de inwoners van Narva en Ida-Virumaa tot de gebeurtenissen sprak de Estse minister van buitenlandse zaken Urmas Paet. Het bezoek van Paet aan Narva was echter al enkele maanden eerder gepland. Dit zou oorspronkelijk onderdeel van zijn verkiezingstournee geweest zijn, omdat Paet kandidaat van Estland voor het Europarlement is. Paet begon zijn verhaal met te vertellen dat hij de situatie in Narva heel goed begrijpt omdat hij in zijn kinderjaren hier vaak bij zijn grootouders op bezoek kwam.

Maar in zijn verklaring over de situatie in Oekraïne en de houding van de bevolking van Narva toonde Paet zich een echte diplomaat door zich heel voorzichtig en uiterst welwillend uit te spreken. In antwoord op de vraag of de situatie op de Krim zich in Ida-Virumaa en Narva zou kunnen herhalen stelde hij dat hij iets dergelijks niet voorzag en hij voegde eraan toe dat 'we in Estland er alles aan moeten doen dat dergelijke ideeën niet in het hoofd opkomen'. Wat hem een goedkeurend applaus opleverde. Daarnaast verklaarde Paet dat hij het met de mening van een groot deel van de aanwezigen eens was dat Rusland nauwelijks behoefte zou hebben om ooit Estland binnen te vallen omdat Rusland dit land absoluut niet nodig heeft.

Onenigheid was er over de woorden van Paet dat de huidige machthebbers in Kiev volkomen legaal zijn en dat er op de Krim een onwettige situatie heerst. Om ook op de Krim bloedvergieten te voorkomen is het volgens de mening van Paet noodzakelijk dat er internationale waarnemers heen gestuurd worden die met objectieve informatie komen over de gebeurtenissen. Verder was de minister van buitenlandse zaken van Estland het eens met die aanwezigen die verklaarden dat extremisme een kwaad is dat in Oekraïne veel kapot maakt.

Maar tegen de meningen van Paet zijn er ook mensen die de Russische bedreiging voor Estland volkomen realistisch vinden. Zo is er de directeur van het Baltisch Centrum voor onderzoek naar Rusland, Vladimir Joesjkin, die onlangs in een televisie-interview op Tallinna TV nog verklaarde dat Estland zich alleen maar rustig en veilig kan voelen wanneer hier (en hij bedoelde daarmee de grensstad Narva) een permanente militaire basis van de Verenigde Staten zal worden gevestigd. Bovendien, voegde hij eraan toe, zijn de sergeanten van de NAVO goede huwelijkskandidaten voor de meisjes van Narva, wat in elk geval een van de problemen van Ida-Virumaa op zou lossen (volgens de Estse statistieken is er een gebrek aan mannelijke huwelijkspartners in dit deel van Estland).

“Wij moeten ons serieus met Narva bezighouden,” zei Joesjkin. “Daar zijn immers economische problemen die leiden tot werkloosheid en sociaal explosieve situaties. In een dergelijke situatie komen er zeker mensen die de Russische vlag omarmen en een nieuwe leiding voor de stad willen kiezen. Een dergelijke operatie wordt nu al gerepeteerd door de Generale Staf (de legerleiding) van de Russische Federatie,” waarschuwde de directeur van het Baltisch Centrum voor onderzoek naar Rusland.

Bas van der Plas/INSUDOK

15 maart 2014