Bakoenin en Kropotkin in Sint-Petersburg

Na jarenlang toeristen te hebben rondgeleid in de culturele hoofdstad van Rusland denk je inmiddels alle mogelijke en onmogelijke vragen wel te hebben beantwoord. Tot er een redacteur van De AS naar Sint-Petersburg gaat en mij mededeelt dat hij de cel van Kropotkin in de Peter en Paulvesting heeft gevonden en bekeken, maar dat die van Bakoenin niet te vinden was. En volgens hem beweerden bewakers dat die er ook niet is... 'Nog steeds ontkenning door het huidige regime?', wordt mij dan gevraagd.

Tijd om eens op onderzoek uit te gaan. Eerste stap is richting Peter en Paulvesting waar in het Trubetskoy-bastion de voormalige gevangenis te bezoeken is. Inderdaad is er de cel van Kropotkin, maar waarom de cel van Bakoenin onvindbaar is laat zich al snel verklaren. In 1797 werd op het grondgebied van het Alekseevsky-ravelijn een stenen gevangenis gebouwd, het zogeheten 'Geheime Huis', ontworpen om de meest gevaarlijke politieke tegenstanders van het regime op te sluiten. Zo kwamen in afwachting van hun veroordeling de Dekabristen er terecht en leden van de revolutionaire kring rond Petrashevsky (een van hen was Fjodor Dostojevsky), verder de radicaal Tsjernysjevsky, wiens roman 'Wat te doen ?' in het Geheime Huis werd geschreven, en... Mikhail Bakoenin. In 1884 werd het Geheime Huis gesloten en vervolgens afgebroken. Vanaf 1872 werden de politieke gevangenen opgesloten in het Trubetskoy-bastion, waar 69 afzonderlijke cellen en twee isoleercellen waren. De geraffineerde vorm van marteling bestond hier uit stilte, eenzaamheid en inactiviteit, ontsnapping was onmogelijk. De laatste gevangenen die hier terecht kwamen waren de ministers van de Voorlopige Regering, die in de nacht van 26 oktober 1917 werden gearresteerd in het Winterpaleis. Zij hadden als voorgangers onder meer Trotzki, de broer van Lenin en van 1874-1876 Pjotr Kropotkin. In 1924 werd het bastion een museum, nog altijd te bezoeken.

Bakoenin zat acht jaar gevangen in het Geheime Huis en in de gevangenis in Schlusselburg, voordat hij in 1857 naar Siberië werd verbannen. Zijn cel in de Peter en Paulvesting is dus niet bewaard gebleven. In de voormalige gevangenis van Schlusselburg is nog wel een vermelding te vinden, vlak bij de cel van Vera Figner, in kringen van De AS ook geen onbekende.

Bakoenin

Kropotkin

 

Nu we toch aan het speuren zijn zoeken we een antwoord op de vraag of het huidige regime nog steeds ontkent dat er zoiets als een anarchistische beweging bestaat waar Rusland een inspiratieve rol in speelde. Dat lijkt niet zo te zijn. Ook het vorige (communistische) regime, niet bepaald dikke maatjes met het anarchisme, lijkt niet te hebben ontkend dat er vanuit Rusland inspiratie voor generaties anarchisten is geëxporteerd. Want, wat verder zoekend in Sint-Petersburg, kom je er al snel achter dat er een Bakoenin-prospekt en een Kropotkinstraat bestaan in die stad. Om wat meer over de achtergronden hiervan te weten gaan we naar het stadsarchief en zoeken naar documenten van de straatnamencommissie.

De Bakoenin-prospekt (prospekt Bakunina) kreeg deze naam al in oktober 1918. Op die manier vereeuwigden de bolsjewieken hun geestelijke broeder, de anarchistische theoreticus Mikhail Bakoenin (1814-1876). Terwijl de bolsjewieken alle heil voor de toekomst van het socialisme verwachtten van de rol van de staat was Bakoenin juist een tegenstander van dit idee. In de notulen van de straatnamencommissie lezen we dat 'het basisidee van Bakoenin was dat in het kapitalistische systeem de arbeiders alleen kunnen worden uitgebuit met de steun van de staat en dat volgens hem met de opheffing van de staat het kapitalisme zelf zal sterven. Als een consistente tegenstander van de staat geloofde Bakoenin dat het voor een revolutionair onmogelijk is deel te nemen aan een van haar instellingen, zoals het Parlement'. Bakoenin had dan ook, volgens de notulen, 'kritiek op de ideeën van Marx over de dictatuur van het proletariaat en de concentratie van de productiemiddelen in handen van de staat'. In plaats daarvan stelde Bakoenin voor om 'vrije associaties van producenten en consumenten' te stichten. Na een lang betoog over de verschillen tussen Marx en Bakoenin wordt dan nog aandacht besteed aan het royement van Bakoenin uit de Eerste Internationale in 1872. Ondanks dit alles kwam er in Petrograd, zoals de stad toen heette, toch de Prospekt Bakunina, zelfs op een prominente plek: vanaf de wereldberoemde Nevsky Prospekt naar de rivier de Neva.

Er is toch iets voor te zeggen dat Bakoenin deze plaats kreeg. De bolsjewieken hadden weliswaar genadeloze kritiek op de erfenis van Bakoenin en vervolgden zijn volgelingen, maar anderzijds hebben zij met succes enkele van zijn ideeën overgenomen: de verwerping van de idee van Marx over de gedwongen consolidatie van de landbouw, het militante atheïsme en de afschaffing van het erfrecht.

De Kropotkinstraat (ulitsa Kropotkina) vinden we in het deel van Sint-Petersburg dat Petrogradskaya heet, gelegen ten noorden van de Peter en Paulvesting. Dit deel van de stad werd pas vanaf het midden van de 19e eeuw, met als hoogtepunt eind 19e/begin 20e eeuw bebouwd, waardoor hier een grote concentratie Style Moderne, de Russische variant van Jugendstil, te vinden is. Op 1 augustus 1927 nam de straatnamencommissie, zo lezen we in de notulen, het besluit om de Malaya Belozerskaya ulitsa om te dopen in ulitsa Kropotkina. Ook hier vermelden de notulen een korte biografie van deze Russische anarchist. 'Peter Aleksejevitsj Kropotkin (1842-1921) was een afstammeling van de koninklijke familie, een aristocraat, een nazaat van Rurik, wiens familie niet minder recht had op de Russische troon dan de Romanovs. Maar Peter Aleksejevitsj werd de 'prins van de anarchie'. Voordat hij de vader van het Russische anarchisme werd was Kropotkin een bekend geograaf. Hij bracht vijf jaar door voor wetenschappelijk onderzoek in Oost-Siberië, het Verre Oosten, Mantsjoerije. Hij deed een aantal wetenschappelijke ontdekkingen, ontwikkelde vele projecten in verschillende delen van het land (bijvoorbeeld een project om misoogsten te bestrijden in de landen van de Ussuri Kozakken). Door al zijn reizen kwam Kropotkin tot de conclusie dat de staat overbodig is en zou moeten worden vervangen door zelforganiserende en zelfbesturende gemeenschappen'.

Vervolgens wordt er dan aandacht besteed aan de repressieve situatie in het tsaristische Russisch Imperium, waar Kropotkin ook mee te maken kreeg. 'Voor socialistische propaganda, die prins Kropotkin bedreef onder de arbeidersklasse in de voorsteden van Sint-Petersburg en voor deelname aan de volksbeweging 'Tsjaikovtsy' (een revolutionaire groepering rond Nikolai Vasilyevich Tchaikovsky, bvdp) werd hij gearresteerd en kwam in eenzame opsluiting in de Peter en Paul vesting. Als vooraanstaand wetenschapper mocht hij echter zijn werk voortzetten en hij schreef in de gevangenis 'Studies over de ijstijd'.'

Na de Oktoberrevolutie bleef Kropotkin in Sovjet-Rusland, in Moskou. Hij bleef trouw aan zijn standpunten en veroordeelde de staatsopvattingen van de bolsjewieken. Hij nam het op voor de door de Tsjeka (voorloper van de KGB) gearresteerde tegenstanders van de nieuwe regering, maar om een internationaal schandaal te voorkomen werd hij zelf niet opgepakt. Tot drie keer toe werd hij bezocht door de voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen, Vladimir Lenin. Toen Kropotkin ziek werd kreeg hij speciale rantsoenen, zorg voor hem kwam uit de Verenigde Staten, georganiseerd door de bekende anarchiste Emma Goldman.
Toen in februari 1921 Peter Kropotkin overleed in de stad Dmitrov aan de gevolgen van een longontsteking arriveerde een speciale trein om zijn stoffelijk overschot naar Moskou te vervoeren. Kropotkin werd in de hoofdstad begraven op de Novodevitsji begraafplaats. Om afscheid te nemen van hun ideologische leider werd een grote groep anarchisten tijdelijk vrijgelaten uit de beruchte Boetyrka gevangenis, maar na de begrafenis keerden alle gevangen anarchisten terug naar de Boetyrka.

Om dit verhaal compleet te maken kan ik nog melden dat er ook in Moskou en andere Russische steden straten zijn genoemd naar Bakoenin en Kropotkin, waarmee duidelijk is gemaakt dat de bolsjewieken nooit ontkend hebben dat er een anarchistische beweging bestond in Rusland. En het feit dat het huidige regime de straatnamen niet heeft gewijzigd (na 1991 werden er alleen al in Sint-Petersburg ruim 600 straten van naam veranderd) geeft ook aan dat er ook uit kringen van Poetin geen ontkenning plaatsvindt. Waarvan akte!

Bas van der Plas

(gepubliceerd in de AS 193, najaar 2015)