Kanttekeningen bij het boek De Gloed Van Sint-Petersburg van Jan Brokken

Toen ik intussen alweer vijf jaar geleden in het Estse Narva ging wonen kreeg ik van vrienden uit Nederland het boek 'Baltische zielen' van Jan Brokken cadeau. Aanvankelijk stond ik nogal sceptisch tegenover Brokken, maar dat had vooral te maken met de kwalificaties die ik over hem kreeg van een kameraad die Brokken nog had meegemaakt op de Utrechtse School voor de Journalistiek.(*) Het duurde dan ook even voordat ik aan Baltische Zielen begon, maar toen ik eenmaal aan het lezen was bleek het een diepgravend, gedetailleerd en uiterst interessant boek te zijn dat ik met veel genoegen las.

Reizigers die mij op kwamen zoeken en die ik rondleidde in Sint-Petersburg, de culturele hoofdstad van Rusland, gaven mij een ander boek van Brokken ten geschenke: De gloed van Sint-Petersburg. Na mijn enthousiasme over Baltische Zielen begon ik ook enthousiast aan dit boek, maar tot mijn grote teleurstelling kan De gloed van Sint-Petersburg niet in de schaduw van Baltische Zielen staan. Waar het eerste boek een diepgaande analyse van de Baltische staten en haar geschiedenis betrof is De gloed een verzameling losse anekdotes, dagboekfragmenten, flarden en soms onbegrijpelijke opmerkingen, maar wat mij het meest stoorde en het lezen bijna onmogelijk maakte was de grote hoeveelheid fouten en slordigheden in het boek. Brokken pretendeert te schrijven over Sint-Petersburg, maar kent de stad slecht en als het manuscript al geredigeerd is dan kent ook de redacteur de stad niet. Ik geef hier een aantal voorbeelden:

● de verwarring van het boek begint al vanaf pagina 10. Hier is flink wat mis met de topografie van Sint-Petersburg in Brokken's beschrijving. Hij loopt over de Voskresenskaja, de Opstandingskade, die voorheen Robespierrekade heette. Hij loopt in de richting van de Smolny-kathedraal. Maar dan staat hij plotseling bij metrostation Tsjernysjevskaja voor het standbeeld van Anna Achmatova. Van de genoemde kade naar het metrostation is een geheel andere route. En het metrostation ligt zeker niet aan de kade, maar Brokken 'realiseert zich dat op deze plek aan de kade de beruchte Kresty-gevangenis oprees'. Volslagen onzin. Het metrostation ligt niet aan de kade, en de Kresty-gevangenis ligt helemaal aan de andere kant van de rivier. Het standbeeld voor Achmatova staat tussen de Shpalernajastraat en de Opstandingskade. De Kresty-gevangenis staat aan de overkant van de rivier aan de Arsenalnaja kade tegenover een appartementencomplex aan de Opstandingskade. Een oude grap in Sint-Petersburg is dat degenen die in het appartementencomplex wonen eigenlijk aan de overzijde van de rivier horen.

● op pagina 16 maakt Brokken een vergelijking tussen de Hermitage en het Russisch Museum: “Qua omvang doet het Russisch Museum nauwelijks onder voor de Hermitage...”, beweert hij. Een nogal gewaagde bewering: de Hermitage heeft in de gebouwen aan het Paleisplein 1200 zalen, samen met de vestiging in de Generale Staf 2000 zalen, terwijl het Russisch Museum niet verder komt dan een 'bescheiden' 110 zalen. “De zalen met Ilja Repins rijgen zich aaneen”, schrijft Brokken. Nou, dat zijn er in totaal drie... hoezo aaneenrijgen?

● op pagina 47 weet Brokken te melden dat 'Krimwijn tegenwoordig niet te krijgen is'. O nee? Supermarkten in Sint-Petersburg hebben tegenwoordig juist een uitgebreid assortiment Krimwijnen!

● pagina 53 gaat over de Spas-na-krovi, de Kerk van de Verlosser op het Bloed. Dit is een kapel ter herinnering aan de vermoorde tsaar Alexander II. Deze kwam om het leven na een bomaanslag op 1 maart 1881. Brokken schrijft '13 maart 1881', dat is volgens de Gregoriaanse kalender. Deze kalender werd in Rusland pas na 1917 ingevoerd, daarvoor was de Juliaanse kalender in gebruik. 1 maart 1881 is de datum van de aanslag op de tsaar volgens de Juliaanse kalender en deze datum wordt gewoonlijk in de geschiedschrijving aangehouden. Wanneer data van voor 1917 met de Gregoriaanse kalender worden aangeduid wordt dat in het algemeen apart gemeld. Bij Brokken is dat niet te vinden.

● Op pagina 58 heeft Brokken het over de wijk Petrogradski, een naam die ook te vinden is op de pagina's 102 en 115. De juiste naam van de wijk is evenwel Petrogradskaja. Een ernstiger fout komen we ook op pagina 58 tegen. Daar schrijft Brokken dat de Kamenno-ostrovski Prospekt naar het voormalige Finlandstation voert. Onjuist! De Prospekt voert uiteindelijk naar metrostation Tsjornaja Retsjka, waar in het station een mooi standbeeld van Poesjkin te vinden is, maar dat beschrijft Brokken dan juist weer niet. En het Finlandstation is zeker niet 'voormalig', dat station heet tot op de dag van vandaag Finlandstation! De locomotief van de trein waarmee Lenin in 1917 naar Petrograd kwam is er nog te bewonderen.

● op pagina 67 staat dat Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 'het pand op nummer 13' betrok, dat is in de Malaja Morskaja. Tsjaikovski woonde echter in Klin, maar als hij in Sint-Petersburg was logeerde hij bij zijn broer Modest, die op het genoemde adres woonde. Hier is Tsjaikovski ook overleden.

● de op pagina 73 genoemde 'Vladimirskaja kathedraal' kan alleen maar 'Vladimirskaja' heten als daarna het Russische woord voor kerk (=vrouwelijk) komt, wanneer je het een kathedraal noemt dan wordt het de mannelijke vorm. De gebruikelijke naam is Vladimirkathedraal.

● op pagina 76 loopt Brokken de ulitsa Marata in. Er is “een smalle strook asfalt voor het verkeer, brede trottoirs en bloemperken”, schrijft hij. Niets is minder waar: de ulitsa Marata is een drukke, brede verkeersweg die dwars door de stad loopt en een belangrijke verkeersader naar het centrum en de Nevsky Prospekt is. In een deel van de straat rijden nog trams, die helaas in het centrum van Sint-Petersburg steeds zeldzamer worden omdat het autoverkeer vrijwel overal alleenheerser is. Ooit stond de stad in het Guinness recordboek als zijnde de stad met het meest uitgebreide tramnetwerk ter wereld. Die plaats is Sint-Petersburg al lang geleden kwijtgeraakt. Brokken beschrijft deze straat omdat op nummer 9 Sjostakovitsj woonde. Op pagina 78 schrijft Brokken dan over de Zevende Symfonie van Sjostakovitsj en de uitvoering in Amerikaanse concertzalen. Uiterst merkwaardig dat hij in een boek over Sint-Petersburg wel schrijft over de Amerikaanse concertzalen, maar met geen woord rept over de dramatische uitvoering op 9 augustus 1942 in het belegerde Leningrad onder leiding van dirigent Eliasberg. Op de gevel van de Filharmonie, het naar Sjostakovitsj genoemde concertgebouw waar de uitvoering plaatsvond, is een herdenkingsplaquette te vinden. Hier mist Brokken een mooie kans om een stuk drama op te voeren en iets te zeggen over de blokkade van Leningrad.

● aan het eind van zijn hoofdstuk over Sjostakovitsj en de ulitsa Marata schrijft Brokken dat menig kunstenaar ”kan rekenen op een museum, op een al dan niet geslaagd standbeeld of, in het geval van Sjostakovitsj, op een concertzaal die zijn naam draagt”. Een standbeeld kreeg Sjostakovitsj echter ook: aan het eind van de Prospekt Engelsa, op de hoek van de straat die de naam van de componist draagt staat een enorm standbeeld. We zien hier een zittende Sjostakovitsj en uit de luidsprekers links en rechts van het monument is voortdurend de door hem gecomponeerde muziek te horen. (Overigens staat recht tegenover hem aan de overkant van het zebrapad dat voetgangers veilig over de Sjostakovitsjstraat naar het winkelcentrum Grand Kanyon moet brengen de fontein De Vier Jaargetijden, waar permanent de gelijknamige compositie van Vivaldi te horen is).

● op pagina 85 noemt Brokken het 'Antarctisch Museum', dat moet echter het 'Arctica en Antarctica Museum' zijn, waar de expositie is gewijd aan zowel de Noord- als de Zuidpool, in zijn soort het grootste museum ter wereld.

● op pagina 110 schrijft Brokken over het 'Zomerpaleis van Catharina de Grote'. Dat gaat dan over het barokke paleis in Tsarskoje Selo, dat de naam Catharinapaleis draagt. Een veel gemaakte fout is dat men denkt dat het hier om Catharina de Grote gaat, maar het paleis is genoemd naar Catharina de Eerste, de tweede vrouw van Peter de Grote. Haar dochter Elisabeth heeft het paleis laten bouwen naar een ontwerp van de architect Rastrelli en ter ere van haar moeder het paleis de naam Catharinapaleis gegeven. Catharina de Grote bracht hier wel regelmatig de zomer door en heeft de architect Cameron opdracht gegeven om een galerij te bouwen voor haar kunstcollectie die -logischerwijs- de naam Camerongalerij draagt.

● op pagina 130, waar het over Peterhof gaat, kom ik een foto tegen met een verkeerd onderschrift. Er staat 'het Monplaisir-paleis in Peterhof', maar wat we op de foto zien is de Orangerie bij de Tritonfontein. Hier is nu café-restaurant Grand Orangerie gevestigd. Overigens duur en matig van kwaliteit.

● een kapitale blunder komen we tegen op pagina 131, waar Brokken beweert “Peterhof kwam in 1705 gereed”. Volgens het dagboek van Peter de Grote ging op 13 september 1705 zijn boot voor anker op de zuidelijke oever van de Finse Golf. Dat is de eerste vermelding van wat later Peterhof zou worden. Na een bezoek aan Lodewijk XV van Frankrijk was Peter zeer onder de indruk van de paleizen en tuinen buiten Parijs en gaf opdracht iets dergelijks ook te creëren in Peterhof. Rond het midden van de 18e eeuw, tijdens de regering van Peter's dochter Elisabeth (Peter zelf was in 1725 overleden), kregen de paleizen en het park het aanzien zoals we dat nu kennen.

● op pagina 134 kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Brokken hier Peterhof noemt waar hij het Konstantinovskypaleis in Strelna bedoelt. Dit vervallen paleis liet Poetin voor honderden miljoenen reconstrueren tot het 'Congrespaleis', waar in 2003 de G8-conferentie plaatsvond met Poetin als gastheer. Rond het paleis zijn inderdaad villa's gebouwd. Het paleis werd door Poetin en zijn grote vriend Gerhard Schröder geopend, een zelfde handeling werd in diezelfde periode door beide heren verricht bij de officiële opening van de Barnsteenkamer in het eerder genoemde Catharinapaleis.

● het op pagina 161 genoemde 'bronzen ruiterstandbeeld van Peter de Grote', dat volgens Brokken 'steigert in de tuin bij de Admiraliteit' staat in werkelijkheid op een plein dat het Senaatsplein heet. Dit plein werd vooral bekend door de Dekabristenopstand van 1825. In de voormalige gebouwen van de Senaat zijn nu het Russische Hooggerechtshof gevestigd en de Boris Jeltsin-bibliotheek.

● het gespeculeer over de datum van de ansichtkaart op pagina 191, afgebeeld op de volgende pagina, is simpel op te lossen: de opgedrukte code laat zien dat de kaart is uitgegeven in 1956.

Ik vond 'De gloed van Sint-Petersburg' door de vele slordigheden en fouten een moeilijk leesbaar boek. Door voortdurende ergernissen hierover kwam ik niet toe aan 'rustig' lezen. Bovendien is het boek te fragmentarisch, gaat vrijwel nergens dieper in op achtergronden (wat mij juist in 'Baltische Zielen' zo verheugde) en lijkt het boek niets anders dan een 'vluggertje' dat wil meeprofiteren van het toenemend toerisme naar de stad van Peter. Achterin het boek zijn zelfs een paar hoofdstukjes te vinden waarvan ik de indruk heb dat ze om redenen van 'weinigzeggendheid' uit Baltische Zielen zijn weggelaten. Het krijgt van mij een ruime onvoldoende.

Bas van der Plas

Narva/ Sint-Petersburg, juli 2017

(*) (Heb overigens net het boek Baltische zielen van Jan Brokken (klasgenoot van me op de School vd Journalistiek) uitgelezen. Ken je het? Slecht geschreven en met virulente preoccupatie voor het lot van de joodse inwoners van met name Litouwen, maar wel met hier en daar een saillante blik op de turbulente geschiedenis van die staten. Jan Brokken was een heel vervelend kwastje op de school, uitermate saai en oninteressant, bovendien volkomen wars van politiek, en dat in de jaren '68. Verbaast me dus niet dat hij niet kan schrijven. Toch al een 15e druk en dan is dit nog maar één van een hele reeks boeken, die ik nu gelukkig allemaal kan overslaan).

De Gloed van Sint-Petersburg, uitgeverij Atlas/Contact 2016

 

Het monument voor Sjostakovitsj aan het eind van de Prospekt Engelsa - hoek Sjostakovitsj-straat in het noorden van Sint-Petersburg.

 

Het huisje Monplaisir in de benedentuin van Peterhof. Hier woonde Peter de Grote tijdens de bouw van het Grote Paleis, maar toen dit paleis klaar was was Peter zo gehecht aan Monplaisir dat hij hier is blijven wonen. Vanaf het bordes achter het huisje een prachtig uitzicht over de Finse Golf en bij helder weer de skyline van Sint-Petersburg.

Aankondiging van de uitvoering van de Zevende Symfonie van Sjostakovitsj (voor de eerste maal) door het symfonieorkest onder leiding van K.I. Eliasberg op 9 augustus 1942 in de grote zaal van de Filharmonie in Leningrad.

 

Gedenkplaquette op het huis in de Malaja Morskajastraat, waar Tsjaikovski steeds logeerde bij zijn broer Modest als hij in Sint-Petersburg verbleef.

De tekst luidt: "Pjotr Iljitsj Tsjajkovskij werd geboren op 25 april 1840 in de Vjatskoj Gubernii bij de Botkinskom Zavod, overleed in dit huis op 25 oktober 1893".