Na de aanslag op Domodedovo

Koren op de molen van de reactie

Na de aanslagen op de Moskouse metro in april 2010 werd de Russische hoofdstad op 24 januari 2011 getroffen door een nieuwe aanslag, ditmaal op de luchthaven Domodedovo. Een mogelijke zelfmoordaanslag op de belangrijkste internationale luchthaven van Moskou kostte vele tientallen het leven en meer dan 100 raakten gewond.

door Bas van der Plas/INSUDOK

Vladimir Markin, een woordvoerder van de Moskouse politie, vertelde aan de Russische nieuwszender Vesti-24 dat er gezocht werd naar drie verdachten, die geholpen zouden hebben bij de zelfmoordaanslag. Hoewel er geen verantwoordelijkheid voor de aanslag werd opgeëist, circuleerden er onmiddellijk na het bekend worden van de tragedie op Domodedovo speculaties binnen regeringskringen en de media dat islamitische militanten uit de Kaukasus-regio de aanslagen zouden hebben gepleegd. In de afgelopen tien jaar zijn er tal van bomaanslagen en moorden uitgevoerd door separatistische groepen uit die regio tegen de Russische staat en burgerdoelen, hoewel de meeste aanslagen hebben plaatsgevonden in de drie Kaukasische republieken waar een meerderheid van de bevolking moslim is, Tsjetsjenië, Dagestan en Ingoesjetië.

Meedogenloze oorlogen

De bomaanslag op de luchthaven Domodedovo is de zwaarste sinds de dubbele aanval op de Moskouse metro in april vorig jaar. Toen bliezen twee vrouwelijke zelfmoordterroristen zichzelf op in Moskouse metrostations, waarbij 40 doden vielen en meer dan 100 metropassagiers gewond raakten. De Tsjetsjeense rebellenleider Doku Umarov zou de verantwoordelijkheid hebben opgeëist voor die aanval, hoewel zijn groepering, het Kaukasisch Emiraat, aanvankelijk ontkende betrokken te zijn bij de aanslagen.
De Russische regering heeft twee meedogenloze oorlogen gevoerd in Tsjetsjenië, waarbij tienduizenden burgers werden gedood en een groot deel van de infrastructuur van de republiek, waar gestreefd werd naar het afscheiden van de Russische Federatie, werd verwoest. Het conflict in Tsjetsjenië heeft zich uitgebreid naar de naburige republieken Ingoesjetië en Dagestan, waar veel militanten zich verborgen en nu actief zijn in de afgelegen bergachtige gebieden. Alle drie de republieken lijden onder chronische armoede, werkloosheid en corruptie, een dankbare voedingsbodem voor onvrede.

Toename geweld

Hoewel de Russische president Dmitri Medvedev, die zijn reis naar de economische top in Davos naar aanleiding van de aanslagen op Domodedovo annuleerde, nog in 2009 beweerde dat aan de "contra-terrorisme operaties" in de drie noordelijke Kaukasus provincies een einde was gekomen, blijven de Russische veiligheidstroepen op een lager niveau voortgaan met de oorlogsvoering.
De afgelopen drie jaar hebben de Kaukasische republieken Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan een toename van geweld ervaren, met bijna dagelijks rapporten van moorden, aanslagen en ontvoeringen, die werden uitgevoerd door lokale politie en milities, zowel separatistische als gelieerd aan regionale regeringsfunctionarissen en de Russische veiligheidstroepen. Honderden mensen zijn "verdwenen", en door mensenrechtenorganisaties worden de Russische autoriteiten beschuldigd van het stelselmatig gebruik van marteling daar.

Rechtvaardiging repressie

Ondanks dat het Kremlin beweert dat de Russische veiligheidstroepen en hun lokale marionetten (bijvoorbeeld de Tsjetsjeense president Kadyrov) hun oorlog tegen de islamitische separatistische groeperingen gewonnen hebben, erkennen de meeste commentatoren dat in de Noord-Kaukasus het niveau van opstand groeit en men steeds beter in staat is om op te treden in heel Rusland.
De bloedige aanval op onschuldige burgers in Moskou is reactionair en kan geen legitieme politieke doelen dienen. Als reactie daarop zullen Medvedev en premier Vladimir Poetin de aanslag gebruiken om nieuwe militaristische en antidemocratische maatregelen te nemen, gericht op het vernietigen van elke vorm van oppositie tegen het optreden van Moskou in de Kaukasus, en ook om de repressie tegen politieke tegenstanders in de Russische Federatie te rechtvaardigen.
Met de Russische presidentsverkiezingen, die in 2012 zullen plaatsvinden, zal de kwestie van de veiligheid en de eigen Russische 'War On Terror" ongetwijfeld worden gebruikt bij het opvoeren van steun voor de officiële Kremlinkandidaat. Er wordt al gespeculeerd dat Poetin, die zichzelf presenteert als een 'hardliner' over veiligheid, en die als premier onder Boris Jeltsin gelanceerd werd met het beginnen van de Tweede Tsjetsjeense Oorlog in 1999, de kwestie van het terrorisme zal gebruiken om het presidentschap terug te vorderen van Medvedev.

Achtergronden

Maar ook voor internationale rechtse kringen is de recente aanslag op de luchthaven Domodedovo koren op de molen. Het is wederom de islam die de Zwarte Piet krijgt toegespeeld en in West-Europa neemt het anti-islam sentiment toe. In hun kortzichtigheid vergeten deze rechtse populisten evenwel dat de islam geen oorzaak is van de situatie in de Noordelijke Kaukasus. De eeuwenlange repressie vanuit Moskou is hier oorzaak nummer 1. Ik heb deze achtergronden uitgebreid beschreven in mijn boek 'Kavkaz – Bebloede schoonheid aan de Russische zuidgrens', dat in 2003 is verschenen en aan actualiteit op dat punt nog niets heeft ingeboet.

Bas van der Plas: 'Kavkaz – Bebloede schoonheid aan de Russische zuidgrens',
uitgave Papieren Tijger, Breda 2003 ISBN 90-6728-155-7