INSUDOK HISTORIE

De Communistische Internationale

(Komintern) actief in China


Dat de Nederlander Henk Sneevliet een belangrijke rol speelde bij de oprichting van de Chinese Communistische Partij in juli 1921 mag als algemeen bekend worden verondersteld. Het verblijf van Sneevliet in China was onder auspiciën van Lenin zelf, als vertegenwoordiger ('agent') van de Komintern, de Communistische Internationale. Toen deze in 1924 overleed en het beleid onder Stalin sterk veranderde hield Sneevliet het voor gezien en keerde hij terug naar Nederland waar hij zich definitief vestigde. Nadat Sneevliet uit China vertrokken was bleef de Komintern evenwel actief in China. Nieuwe 'agenten' werden door Moskou die kant op gestuurd.

In Estland maakte ik kennis met het werk van de historicus Einar Sanden (1932-2007), die onderzoek had gedaan naar de rol van de Estse communist Karl Säre (1903-1945) die in 1925 naar China vertrok met de opdracht van de Komintern om daar ondergronds werk te verrichten. Op basis van het onderzoek van Sanden hier een artikel over het verblijf van Säre in China in de jaren 1925-1927.


 

Op zondag 7 juni 1925 ging de op 2 juli 1903 in Tartu geboren Est Karl Säre met de Transsiberië Expres vanuit Moskou richting China. Zijn vader had in zijn geboortestad Tartu in een brouwerij gewerkt en was daar actief in de communistische beweging. Al op jonge leeftijd hielp Karl zijn vader met het verspreiden van pamfletten en het doorgeven van geheime boodschappen aan andere communisten die actief waren tegen het tsaristisch regime in Rusland. Estland maakte tot 24 februari 1918 deel uit van het Russische Rijk, maar op die datum verklaarde het de onafhankelijkheid. De Estse communisten gingen ondergronds en bleven hun activiteiten voor een 'Estse socialistische revolutie' voortzetten. In 1921 maakte de Estse politie jacht op Karl Säre en hij kreeg vanuit Moskou opdracht naar het oosten te reizen. Hij werd naar Petrograd gebracht, de toenmalige naam van Sint-Petersburg, daar uitgebreid verhoord en toen gebleken was dat hij een betrouwbare communist was werd hij toegelaten tot de in Petrograd gevestigde Communistische Universiteit voor Westerse Minderheden. Voornaamste doel van deze universiteit was de opleiding van spionnen en samenzweerders voor landen die nog buiten de sovjetinvloed lagen om daar een voorhoede voor te bereiden op de wereldrevolutie. Na drie jaar van studie had Karl vloeiend Engels, Duits, Fins en uiteraard Russisch leren spreken.

Naar Moskou

Begin 1925 werd hij overgeplaatst naar Moskou waar hij ging werken voor de Komintern, de Communistische Internationale. Hier ontmoette hij de Estse Ljoebov Mutt, op 10 september 1894 geboren in Tuhalaane, Zuid-Estland, die als kindermeisje bij een Russische familie in 1913 naar Moskou was gekomen. In Rusland volgde zij een verpleegstersopleiding en sloot zich na de revolutie aan bij de Estse politieke vereniging Jaan Sihver, genoemde naar een bolsjewistische leider uit Estland. In 1925 werd zij op voordracht van de GROe, de militaire inlichtingendienst, administrateur van de club. Daar ontmoette zij Karl Säre. Ljoebov, inmiddels 30 jaar, wilde graag met Karl trouwen, maar de superieuren van Säre hadden andere plannen. Hij kreeg het advies het huwelijk nog een tijd uit te stellen.

En zo stapte Karl op 7 juni 1925 aan boord van de Transsiberië Expres. Hij had de opdracht om ondergronds werk voor de Komintern te gaan verrichten vanuit het Verre Oosten Bureau van de organisatie in Sjanghai. Omdat deze missie uiterst geheim was kon hij Ljoebov niets vertellen over zijn bestemming en taken. Het enige dat hij haar kon zeggen was dat hij voor korte tijd uitgezonden werd en dat hij hoopte voor nieuwjaar terug te zijn in Moskou. Hij kwam inderdaad in december terug naar Moskou, maar twee jaar later dan hij verwachtte: niet in 1925, maar pas in 1927.

Karl had een zeven jaar oudere broer, Artur Männi, die al in 1924 voor de Komintern had gewerkt in Sjanghai als spion voor de GROe, maar officieel bekend was als de hoofdvertegenwoordiger van het Centraal Comité van de Komintern.

Aankomst in Sjanghai

Bij aankomst in Sjanghai kon Karl in de mensenmenigte makkelijk voor oosterling doorgaan met zijn korte gestalte en spleetogen. Sjanghai had een uitgebreide internationale gemeenschap in een deel van de stad dat onder Brits bestuur stond. Hier woonden ongeveer 10.000 Amerikanen en Europeanen, waarvan de helft Britten. De meeste buitenlanders hier waren actief in de handel en financiële wereld. Hun kinderen gingen naar particuliere scholen en hun echtgenotes hielden zich actief met een sociaal leven bezig.

Sjanghai had een sterke aantrekkingskracht op allerlei soorten mensen. Er waren politiek links georiënteerde vluchtelingen uit Midden-Europa, subversieve elementen die voor diverse buitenlanden werkten, jonge mannen die in de geboden mogelijkheden in Europa of de Verenigde Staten teleurgesteld waren en hoopten hier snel een fortuin te vergaren.

Karl Säre had de beschikking over een aantal paspoorten, vals en echt, met verschillende identiteiten die waren verstrekt door het Vierde Bureau van het Rode Leger, de GROe. Zijn favoriete paspoort was dat uit Estland onder de naam Johannes Sepp, een journalist.

De voornaamste taak van Säre was het rekruteren van Europeanen, vooral jonge werklozen, en dat viel hem gemakkelijk. Hierbij noemde hij nooit het Sovjet-communisme, maar deed zich voor als een linkse freelance journalist met een sterk gevoel voor sociale rechtvaardigheid. Hij was altijd uiterst vriendelijk, behulpzaam en joviaal, bereid om zijn geld te delen met arme sloebers. Wanneer de relatie zich met zijn rekruten ontwikkelde langs de verwachte lijnen vroeg hij zijn nieuwe vrienden om een handgeschreven ontvangstbewijs in ruil voor een lening. Niet omdat hij zijn nieuwe vrienden niet vertrouwde, verre van dat, maar het stuk papier was slechts een bevestiging voor zijn eigen gemoedsrust, zo beweerde hij steeds. Het ontvangstbewijs bleek uiteraard een mooie basis voor chantage.

De eerste taak bij het rekruteren van agenten was te onderzoeken of de persoon in kwestie werkelijk van enig nut kon zijn voor de sovjetspionage. En de volgende stap was te kijken naar de zwakheden van de kandidaat: alcohol, vrouwen, drugs, homoseksualiteit, een te hoge stijl van leven, gebrek aan financiële middelen, enzovoort. De politiek naïeve en onervaren buitenlanders die in Sjanghai aankwamen waren een gemakkelijke prooi voor de Komintern en de andere rekruteringsagenten uit de Sovjet-Unie. De nieuwkomers waren praktisch analfabeet waar het inlichtingenwerk betrof en kwamen er soms pas na een paar jaar achter bij wie ze werkelijk op de loonlijst stonden. De grote sociale verschillen in de Chinese maatschappij bevorderden ook dat jonge Europeanen en Amerikanen de overtuiging kregen dat een internationale beweging moest worden opgebouwd om gerechtigheid en vrede voor iedereen in de wereld te bewerkstelligen. En daar kwam dan als geroepen Karl Säre, een journalist met een 'humanitaire missie' die altijd bereid was eenieder in nood te helpen als een ware vriend.

'Ontmoetingsplekken'

De Sovjets hadden een aantal 'plezierige ontmoetingsplekken' opgezet voor 'internationale intellectuelen', die werden gerund door Russische opgeleide vrouwelijke agenten van verschillende nationaliteiten. De ambiance van deze 'ontmoetingsplekken' was werkelijk 'plezierig': drank, etenswaren en sex waren 'voor rekening van het huis', en zelfs homoseksuelen werden van de juiste partner voorzien.

De burgeroorlog, die later bekend werd als de eerste Chinese revolutie (1925-1927), woedde reeds op uitgebreide schaal toen Karl in Sjanghai arriveerde. De agenten van de Sovjet-Unie waren in vrijwel het hele uitgestrekte land actief en maarschalk Aleksandr Yegorov schoof ze heen en weer als de pionnen in een schaakspel. Hij was de nieuwe militaire attaché bij de Sovjet-ambassade, bekend geworden door zijn rol in het Rode Leger tijdens de burgeroorlog in Sovjet-Rusland en in 1939 slachtoffer van de showprocessen onder Stalin.

Vijf maanden na zijn aankomst in Sjanghai kreeg Karl Säre van een GROe-agent, die pas uit Moskou was gekomen, het nieuws te horen dat zijn verloofde Ljoebov intussen een relatie had met Karl Rimm, een andere Estse revolutionair. Dit nieuws raakte hem diep. Het duurde weken voor hij weer in staat was rationeel te denken. Toen besloot hij dat het geen zin had om zijn emoties verder te volgen en probeerde hij de vrouw uit zijn gedachten te verbannen.

De door de Sovjet-Unie gesteunde Chinese revolutionairen maakten aanvankelijk grote vorderingen in het eerste jaar van de door China razende volkswoede, maar hun succes taande toen de nationalistische troepen van de Kwomintang steeds meer de overhand kregen. De nieuwe anticommunistische Chinese regering werd op 12 april 1927 geïnstalleerd en in juli waren alle communisten gedwongen de illegaliteit in te gaan, ook in Sjanghai.

Stalin was woedend over deze ontwikkelingen en had ernstige kritiek op Yegorov. Reeds aan het eind van 1926, toen de grond voor veel Russen te heet onder de voeten werd, werden zowel de maarschalk als een aantal andere sovjet topspionnen teruggeroepen naar Moskou voor 'belangrijker opdrachten'.

Karl Säre werd op 16 februari 1927 gearresteerd door de politie van Sjanghai wegens het hebben van meer dan één identiteit. Hij bracht bijna vier maanden door in gevangenschap en werd op 2 juli 1927, zijn 24e verjaardag, weer vrijgelaten nadat Komintern-agenten enkele hoge politiefunctionarissen met goud hadden omgekocht. Op 14 november 1927 werd Säre tijdens een bijeenkomst op de sovjet-ambassade in China bevorderd naar het volwaardige lidmaatschap van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Voor het eind van 1927 keerde hij naar Moskou terug waar hij uitgebreid werd geprezen voor zijn uitstekende staat van dienst gedurende de 31 maanden die hij in China had doorgebracht.

Juni 1940 in de Estse hoofdstad Tallinn waar 'arbeiders demonstreren voor de vorming van een nieuwe regering', nadat de Sovjet-Unie in overeenstemming met het Molotov-Ribbentrop-pact Estland had ingenomen. De demonstratie wordt gadegeslagen door (van links naar rechts) de Estse communisten Neeme Ruus, Johannes Lauristin en Karl Säre en Andrei Zjdanov, secreatris van de Communistische Partij in Leningrad..

Bas van der Plas/INSUDOK

1 augustus 2017


















From left to right, Neeme Ruus, Johannes Lauristin, Karl Säre, and Andrei Zhdanov. The month is June, the year is 1940, and these enthralled men are watching a demonstration of workers pleading for the formation of a new government.