Olie- en gasoorlog Moskou-Minsk
Een afrekening tussen 'vrienden' die geen vrienden meer zijn…

Net voor middernacht op 31 december 2006 werden Rusland en Wit-Rusland het eens over de gasprijzen voor het jaar 2007. Dat was net op het nippertje, want de Russische leverancier Gazprom had gedreigd om in de vroege ochtend van 1 januari 2007 de kraan naar het buurland volledig dicht te draaien. Maar de gas- en olieruzie tussen beide landen gaat nog onverminderd voort. De oorzaken zijn niet gelegen in energiepolitiek maar in tegenstellingen tussen de Russische president Poetin en zijn Witrussische collega Loekasjenko. Een afrekening!

door Bas van der Plas/INSUDOK

En zo had Rusland, na het gasconflict van januari 2006 met Oekraïne nu een vergelijkbaar probleem met Belarus (Wit-Rusland). Tijdens de onderhandelingen beschuldigden beide partijen elkaar van chantage en lang leek het erop alsof een akkoord voor de afloop van het ultimatum, middernacht op 31 december niet bereikt zou worden.
Op woensdag 27 december waarschuwde een hoge Witrussische ambtenaar nog dat er geen gas naar Europa door Wit-Rusland zou komen wanneer Gazprom de prijzen voor het gebruik van de pijpleidingen niet zou verhogen. Op dat moment zaten beide partijen al volop in een conflict en begon de chantage. Topman Aleksej Miller van Gazprom reageerde op de Witrussische dreiging door nog hogere prijzen te vragen voor het gas dat aan Wit-Rusland zelf zou moeten worden geleverd en eiste dat Wit-Rusland aan haar verplichtingen zou voldoen om via de transitleidingen het gas naar West-Europa door te laten. Gazprom stelde ook het als een vorm van chantage te beschouwen wanneer de Witrussen te kennen gaven van plan te zijn om van het voor Europa bestemde gas af te tappen voor eigen gebruik.
"Hoe kunnen we gas doorvoeren zonder dat er een prijsakkoord is," stelde de Witrussische staatssecretaris voor energiezaken Eduard Tovpenets in een interview met de Witrussische televisie. "Dat zou een schending van de wet zijn."
Als antwoord vroeg Gazprom aan de Russische regering toestemming om bovenop de 'marktprijs' van 200 dollar per 1000 kubieke meter gas voor Wit-Rusland nog een exportheffing in te stellen, zodat de totale prijs voor 1000 kubieke meter zou uitkomen op 260 dollar ten laste van Wit-Rusland. Samen met deze exportheffing zou Wit-Rusland in 2007 in totaal 1,3 miljard dollar extra aan Rusland moeten betalen voor de gasleveranties. De prijs die Wit-Rusland in 2006 betaalde was 46,68 dollar per 1000 kubieke meter. Nadat bekend werd dat Gazprom met een aanzienlijke verhoging zou komen stelde de Wit-Russische vicepremier Vladimir Semasjko voor dat Wit-Rusland 20 miljard kubieke meter Russisch gas zou kopen voor een prijs van 75 dollar per 1000 kubieke meter in 2007 en dat het land voor deze leveranties 1,5 miljard dollar zou betalen. En in datzelfde voorstel zou Gazprom aan Wit-Rusland 2,5 miljard dollar betalen voor een pakket aandelen van 50% in het Witrussische Beltransgaz, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de transitleidingen op Witrussisch grondgebied. Gazprom reageerde furieus op dit voorstel: "Dit zou betekenen dat Gazprom helemaal geen geld zou krijgen voor haar gasleveranties aan Wit-Rusland, en dat we ook nog eens een miljard dollar als 'cadeau' aan Loekasjenko moeten overhandigen".
Op 29 december was inmiddels in Rusland de nieuwjaarsvakantie begonnen, die tot 9 januari zou duren. Topmanagers van Gazprom werd gevraagd hun vakantie op te schorten, uit Minsk kwam een hoge regeringsdelegatie en net voor het begin van het nieuwe jaar ging Wit-Rusland akkoord met een verdubbeling van de gasprijs. Maar met dat akkoord bleek de verstandhouding tussen Moskou en Minsk, de oorspronkelijke trouwe bondgenoten, er niet beter op geworden.

trouwe bondgenoot

Ongeveer 30 miljard kubieke meter gas, oftewel 20% van de totale export vanuit de Russische Federatie naar Europa, loopt via de pijpleidingen door Wit-Rusland. Wit-Rusland neemt zelf jaarlijks ongeveer 20 miljard kubieke meter gas af. Gazprom maakte bekend in eerste instantie grote concessies te hebben gedaan in haar prijsbeleid voor Wit-Rusland, maar, zo zei Gazprom-woordvoerder Sergej Kurpijanov, "Gazprom is geen Kerstman en kan geen cadeaus geven aan de autoriteiten in Minsk". Daarmee lijkt een einde gekomen aan eerdere goede relaties tussen Moskou en Minsk.
Wit-Rusland is al sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie eind 1991 een trouwe bondgenoot van Moskou. Nog onder Jeltsin werd er een commissie ingesteld die de samenvoeging van Wit-Rusland met de Russische Federatie zou moeten bestuderen en voorbereiden. Het doel was om van de twee landen er een te maken, met een gezamenlijke valuta (nu hebben beide landen nog hun eigen roebel), een defensiemacht, een economische en binnen- en buitenlandse politiek. Met grote regelmaat kwam de commissie bijeen, subcommissies werden gevormd, met grote regelmaat was er ook topoverleg tussen de Witrussiche president Aleksandr Loekasjenko en Boris Jeltsin en later met Jeltsin's opvolger Vladimir Poetin.
Jeltsin en Loekasjenko konden goed met elkaar opschieten, tussen Loekasjenko en Poetin boterde het wat minder. Toch hield Poetin lange tijd Loekasjenko de hand boven het hoofd, bijvoorbeeld tegen de westerse beschuldigingen van 'de laatste dictauur in Europa' en over schendingen van mensenrechten. Maar al gauw ontstonden er problemen in het streven naar de samenvoeging van beide landen. Poetin was met name niet gediend van het Witrussische economische systeem dat voor het grootste deel nog een geleide economie is in Sovjetstijl. Ook de weigering van Loekasjenko om bedrijven met Moskou te delen verslechterde de relatie. Het project 'van twee landen een maken' staat daarmee voorlopig op een laag pitje. En nu zich een mogelijkheid voordoet om het Loekasjenko in te peperen via de gas- en olieleveringen wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt.

hogere heffingen

Nu er een contract is voor de levering van gas en de doorvoer van gas via Beltransgaz naar West-Europa is de ruzie tussen beide landen nog niet opgelost. Om de hogere gasprijzen te compenseren voerde Wit-Rusland hogere heffingen in op Russische olie die via pijpleidingen door Wit-Rusland naar Europa wordt gevoerd. Rusland moet voortaan 45 dollar per ton olie betalen. In eerste instantie had het Kremlin laten weten dat deze heffing geen gevolgen zou hebben voor olieleveranties aan West-Europese landen, maar op maandag 8 januari werd de olietoevoer naar Europa via de Droezjba-pijpleiding ("Droezjba" betekent "Vriendschap"!) in Wit-Rusland afgesloten. Dat werd door de Russische pijpleidingbeheerder Transneft bekendgemaakt. Volgens een woordvoerder van Transneft tapte Wit-Rusland illegaal olie af en is daarom de oliekraan dichtgedraaid. Daardoor is ook de export naar Europa stil komen te liggen.
Polen en Duitsland meldden eerder op maandag dat de aanvoer van olie via de Droezjba-pijpleiding was gestaakt. Aanvankelijk was niet duidelijk wie daarvoor verantwoordelijk was. Rusland en Wit-Rusland wezen elkaar aan de hoofdschuldige. De twee landen, tot voor kort trouwe bondgenoten, zijn al weken verwikkeld in een felle ruzie over brandstofprijzen. Vorig jaar speelde al een vrijwel identiek conflict tussen Rusland en Oekraïne. Duitsland en Polen reageerden bezorgd op het stopzetten van de invoer van Russische olie, hoewel beide landen ook zeiden voorlopig over voldoende oliereserves te beschikken. Berlijn riep Moskou en Minsk op hun verantwoordelijkheid te nemen als leverancier en doorvoerder van olie. Ook Hongarije meldde maandag problemen met de aanvoer van Russische olie.