DE BONDGENOTEN VAN HITLER

Nederlanders massaal naar de SS

Het waren niet alleen Duitsers die in de Tweede Wereldoorlog tegen de Sovjet-Unie streden en Leningrad belegerden. In de Duitse legers vond men ook vrijwilligers en huurlingen die de Hitlerpolitiek steunden uit landen als Oostenrijk, Nederland, België, Spanje, Italië, Noorwegen, Denemarken, Slowakije, Roemenië en andere landen. En zij waren niet alleen bewapend met Duits materieel, maar met tanks, kanonnen, pantservoertuigen uit de wapenfabrieken van een aantal Europese landen. Net als bij de inval van Napoleon in Rusland kwam met de Duitsers bij operatie Barbarossa een bont gezelschap Europeanen mee.

door Bas van der Plas/INSUDOK

In de oorlogsjaren 1941-45 werd door de stalinistische propagandamachine vaak herhaald dat de bondgenoten van Duitsland en ook de Duitsers zelf met geweld in de oorlog gedreven werden. Maar dat was niet het geval. Rond Leningrad streden legioenen met Europese bondgenoten van Hitler en eenheden uit de door hem bezette landen bijna uitsluitend als vrijwilligers. Toen bijvoorbeeld in Spanje de werving begon voor de 'Blauwe Divisie' voor vertrek naar de Sovjet-Unie, lieten zich 40 maal (!) zoveel manschappen inschrijven dan er nodig waren. Met genoegen vertrokken de verwoede vijanden van het communisme naar Rusland samen met degenen die werden aangelokt door de mogelijkheid van plundering van rijkdommen. En niet weinigen lieten zich leiden door financiële motieven: de gezinnen van legionairs werden niet slecht betaald.
Op 12 oktober 1942 werden er 17 duizend leden van de Spaanse divisie overgeplaatst naar de omgeving van Novgorod en vandaar naar Poesjkin en Kolpino aan de rand van Leningrad. Maar de illusie van een 'gemakkelijke' mars naar het Oosten werd al snel verloren. De Duitsers gaven hun bondgenoten geen vrachtwagens en tot de omgeving van Leningrad marcheerden de Spanjaarden te voet door de Russische modder. Het keurkorps van de 'Blauwe Divisie' werd in 1943 in de buurt van Nevskaya Dubrovka verpletterd. Alleen al aan doden verloor de Divisie ongeveer vierduizend manschappen, veel Spanjaarden raakten in krijgsgevangenschap.

Nordland en Viking

Aan de belegering van Leningrad namen ook vrijwilligers deel van het Belgisch legioen 'Vlaanderen', het Nederlandse legioen 'Nederland', van nationale legioenen uit Denemarken en Noorwegen die later werden samengevoegd tot de 11e infanteriedivisie 'Nordland' van de SS. Ook een Zweeds bataljon werd hieraan nog toegevoegd. In januari 1944 leed de divisie 'Nordland' grote verliezen bij de stad Poesjkin tijdens de strijd om de opheffing van de blokkade van Leningrad. Alleen al op één kerkhof onder Leningrad werden 900 Scandinavische SS-ers begraven.
In de onderdelen van de SS streed een Nederlands bataljon in de divisie Viking. In totaal waren er binnen de SS vier divisies die bestonden uit Nederlanders, Belgen en Luxemburgers. Het legioen 'Nederland' nam samen met een Belgisch bataljon deel aan de strijd rond Volchov, 100 kilometer ten oosten van Leningrad, en daarna bij Krasnoje Selo, Shlusselburg en Kolpino dichterbij Leningrad. Daar streden ook de Noorse SS-ers en de Denen plunderden de stad Velikie Luki ten zuiden van Leningrad.
Uit rapporten van de NKVD, de Sovjet geheime dienst, in de provincie Leningrad blijkt dat aan een deel van het front in het Kingisepp-district, ten westen van Leningrad, ook Slovaken werden gesignaleerd die de Russische taal kenden, en in een aantal dorpen verschenen eenheden van Poolse nationalisten.

Weg des levens

Ook Italianen waren betrokken bij de belegering van Leningrad, hoewel het belangrijkste deel van de Italiaanse bondgenoten van Hitler, verenigd in de Armir, het Italiaanse leger in Rusland, deelnam aan de strijd rond Stalingrad. Op 22 juli 1942 werden vier Italiaanse torpedoboten gestationeerd aan de oever van het Ladogameer, het grootste zoetwatermeer van Europa, op enkele tientallen kilometers van Leningrad. Op 22 oktober van dat jaar trachtte een verenigd Duits-Italiaans-Fins eskader het eiland Sucho in het Ladogameer te bezetten met het doel om de zogeheten 'Weg des levens', een kleine opening in de blokkade van Leningrad in de richting van het Ladogameer waardoor nog voedsel en wapens de stad konden bereiken, af te snijden. Het eskader werd vernietigd door eenheden van het Sovjetleger.
Verder bevonden zich onder de belegeraars van Leningrad nog een aantal inwoners van de Baltische Staten Estland, Letland en Litouwen die zich bij de nazi's hadden aangesloten. Vooral de 5e en 13e Litouwse politiebataljons gingen als razenden tekeer en de Estse politie nam deel aan strafexpedities tegen partizanen in de provincies Leningrad en Pskov en sloot zich ook aan bij de strijd tegen het Sovjetleger aan de Leningrad- en Volchovfronten.
Huurlingen en vrijwilligers uit andere landen in de Duitse gelederen waren moeilijk van Duitsers te onderscheiden aangezien zij dezelfde uniformen droegen. De verschillen waren slechts zichtbaar in kleine symbolen. De Noren die zich in de SS-divisies bevonden hadden bijvoorbeeld behalve de dubbele bliksemschicht van de SS, teruggaand op oude Runentekens, in hun knoopsgat ook nog de afbeelding van een leeuw. En de Spanjaarden hadden een galon in de kleuren van de nationale vlag. Ook de Nederlandse SS-ers aan de Duitse fronten, in totaal zo'n 50.000 manschappen, hadden hun eigen symbool gebaseerd op een runenteken.

Enthousiaste Nederlanders

Zoals gezegd waren de internationale deelnemers aan het Duitse fascisme niet alleen voorzien van Duits oorlogsmateriaal, maar was hun bewapening afkomstig uit heel Europa. Zo was van de 724 tanks die deel uitmaakten van de 4e tankgroep bij de aanval op Leningrad de helft van Franse en Tsjechische makelij. De kanonnen die met het grootste kaliber de stad aan de Neva beschoten waren de 520 mm Franse houwitsers granaten afschoten met een gewicht van 1654 kilogram. Het grootste deel van de wapens van groot vermogen die Leningrad beschoten was van Franse en Tsjechische herkomst. En hun granaten, die op de stad neerkwamen, werden geproduceerd in de fabrieken van Schneider in Krezo en Skoda in Brno. In totaal leverden de Europese landen tijdens de Duitse aanvallen op de Sovjet-Unie aan Hitler voor meer dan 80 miljard Reichsmark aan wapens en munitie.
Om zijn vazallen over te halen om deel te nemen aan de strijd tegen de Sovjet-Unie toonde Hitler zich zeer vrijgevig. Hij beloofde de vrijwilligers en huurlingen hoge beloningen, land en een deel van de buit die in Rusland zou worden binnengehaald. Volgens Russische historici waren vooral de Nederlanders actief in het binnenhalen van de buit en de oorlogswinsten. Hun zakenlieden privatiseerden een deel van de ondernemingen in het Baltisch gebied en Nederlandse boeren vestigden zich met succes op cultuurgrond op Oost-Europees grondgebied. In 1943 waren er in Oekraïne en Litouwen meer dan 800 landbouwbedrijven van Nederlandse 'eigenaren' die de arbeid van lokale dagloners gebruikten. Vanuit de Duitse bezetting in Nederland, samen met Duitsgezinde Nederlandse organisaties werden er plannen ontwikkeld om in totaal drie miljoen mensen vanuit Nederland te laten verhuizen naar landbouwgronden in de Sovjet-Unie. Enerzijds om de Nederlandse overbevolking te verminderen, anderzijds om de vrijgekomen plekken van de uitgeroeide Untermenschen van Slavische herkomst in te nemen. Een deel van de Nederlanders was hier zo enthousiast over dat zij zich massaal als vrijwilligers bij de SS meldden om mee te werken aan het creëren van 'vrijgekomen plekken'. Het waren er zoveel dat er zelfs aantallen geweigerd moesten worden.