Bij de dood van Boris Jeltsin 1931-2007

Op de foto's: Inwoners van Sint Petersburg tekenen het condoleanceregister voor Boris Jeltsin, 25 april 2007 foto's Bas van der Plas/INSUDOK

Op maandag 23 april 2007 overleed de eerste president van de Russische Federatie, Boris Nikolajevitsj Jeltsin, op 76-jarige leeftijd. Als eerste president zal Jeltsin de geschiedenis ingaan, maar veel Russen zullen met gemengde gevoelens terugkijken op de periode dat Jeltsin in Rusland aan de macht was. Behalve de zwarte bladzijde in de ultrakorte geschiedenis van de Russische democratie die hij vorm gaf door in de vroege ochtend van 4 oktober het Russische parlement in het Witte Huis te laten beschieten door Russische legertanks gaat Jeltsin ook de geschiedenis in als de man van de Eerste en Tweede Tsjetsjeense oorlog. De man die weigerde te onderhandelen met Dzjochar Dudajev, de Tsjetsjeense president, omdat de “boer uit Sverdlovsk” (zoals Jeltsin ook vaak genoemd werd) niet in gesprek wilde met een “generaaltje uit Grozny”. Een grote fout, waardoor het bloed van talloze Tsjetsjeense vrijheidsstrijders en Russische soldaten aan Jeltsin's handen kleeft. Dat bloed gaat met hem het graf in. Maar meer nog tartte Jelstin het lot van zijn landgenoten door de georganiseerde criminaliteit aan de macht te helpen, grote delen van het land in een economische afgrond te storten en een groot deel van de bevolking onder de armoedegrens te brengen. Dat hij in 2006 toegaf dat dit een fout was is wel een zeer minimale pleister op een gapende wond! Terwijl de westerse media vooral Jeltsin prijzen ligt de herinnering aan hem voor de gewone Rus toch wat genuanceerder!

Door Bas van der Plas/INSUDOK

We herinneren ons de beelden dat Jeltsin tijdens de augustuscoup van 1991 op een tank klom om de menigte in Moskou toe te spreken. Dat moment luidde het einde in van de al op sterven na dood zijnde Sovjet-Unie. Op 25 december 1991 verklaarde Mikhail Gorbatsjov het einde van de USSR en begon de periode Jeltsin als heerser in Moskou. Sinds de overwinning van Jeltsin op de resten van de stalinistische bureaukratie tijdens de poging tot staatsgreep van augustus 1991, een gebeurtenis die het einde van de Sovjet-Unie inluidde, is voor een groot deel van de vroegere Sovjetbevolking een uitzichtloze periode van ellende, armoede en verval aangebroken. De enigen die in voorspoed leven zijn degenen die op tijd een greep hebben gedaan naar de vroegere staatsbezittingen, die op misdadige wijze hebben geprofiteerd van de "privatisering" en coalities zijn aangegaan met de onderwereld. Een nieuwe klasse ontstond op de puinhopen van de Sovjetstaat, een klasse van kleptocraten.
In 1992 beloofde Jeltsin zijn landgenoten nog dat door de introductie van een zogenaamde "shocktherapie", dat wil zeggen een snelle overgang van gecentraliseerd staatskapitalisme naar vrije marktmechanismen, de pijn binnen een paar maanden voorbij zou zijn. En vier jaar later, bij zijn overwinning in de presidentsverkiezingen van 1996 toen hij voor een tweede termijn gekozen werd, liet hij zijn landgenoten weten: "Nu ben ik er zeker van dat Rusland in 2000 een welvarend, democratisch land zal zijn." Inmiddels is al heel lang duidelijk dat de invoering van een vrije markteconomie in de Russische Federatie tot een regelrechte sociale catastrofe heeft geleid. De criminaliteit vierde hoogtij, corruptie is er op alle gebied en degenen die zich verrijkt hebben uit de staatskas, de "nieuwe Russen", doen wat zij willen zonder zich veel van de wetten aan te trekken. Het herstel van het kapitalisme in Rusland heeft geleid tot de diepste depressie die ooit in een geïndustrialiseerde economie werd waargenomen. "De economie van Rusland is bijna ieder jaar geslonken. De produktie is in tien jaar tijd met ongeveer 53% afgenomen volgens de officiële statistieken. De fysieke infrastructuur is in verval geraakt: ziekenhuizen, wegen, gevangenissen, scholen en spoorwegen, met uitzondering van een paar prestigeprojecten in Moskou, zijn in een ongelooflijk slechte staat. Russen zijn slecht gevoed, slecht gekleed, slecht gehuisvest, slecht behandeld. Het duidelijkste teken van verval is dat de Russen jong sterven en dat er zo weinig kinderen worden geboren. De bevolking is ten opzichte van 10 jaar geleden met 6 miljoen afgenomen." Dat schreef het Britse blad de Economist in haar editie van 30 mei 2000. In een televisie-interview ter gelegenheid van zijn 75 e verjaardag gaf Jeltsin toe dat het idee van een snelle overgang naar een markteconomie in Rusland een fout is geweest. Helaas te laat, het kwaad was al geschied!

diefstal van de eeuw

De overgang naar kapitalisme vereiste de omvorming van gemeenschappelijk bezit tot het eigendom van individuele kapitalisten: het kapitaal. Van 1988 tot 1995 stonden de deuren in Rusland wijd open voor de brutalen en hun handlangers om zich staatseigendommen met een waarde van honderden miljarden dollars toe te eigenen. Deze "diefstal van de eeuw" vormde de Russische economie snel om tot een situatie die de kapitalistische leerboeken over economie als 'normaal' beschouwen: een kleine, steenrijke elite aan de top en een grote massa verpauperde arbeiders aan de onderkant van de maatschappij. (zie hierover mijn boek “Brat: een gods door crimineel Rusland”, uitgave Papieren Tijger, Breda 2001).
Het eerste stadium voor 'normale' kapitalistische verhoudingen in Rusland, een primitief proces van accumulatie van kapitaal, werd ingeleid met een versoepeling van de staatscontrole op exporten. Het tweede stadium, een in 1990 begonnen brede golf van speculatie, werd al in 1987 voorbereid met de beslissing van Gorbatsjov om het monopolie van de Staatsbank van de Sovjet-Unie te breken als onderdeel van de campagne om de greep van de centrale planning te versoepelen. In 1991 waren er al 1600 particuliere banken ontstaan. De particuliere banken converteerden roebelrekeningen met lage rentes van staatsondernemingen in harde valuta's, die zij gebruikten voor kortlopende leningen om exporttransacties te financieren. Bij beide transacties verdienden de banken grote bedragen: op de dollarleningen bedongen zij hoge rentes en dan nog eens wanneer de dollars weer werden geconverteerd naar intussen veel minder waard geworden roebels op de rekeningen van de eigenaren. Na de afschaffing van de prijscontroles in 1992 klom de inflatie naar 2500%. In dat financiële klimaat kon de vertraging van geldtransacties, al was het maar met een paar dagen, grote winst opleveren. De bureaucraten die hun roebelrekeningen voor deze doeleinden lieten gebruiken kregen natuurlijk ook hun stukje van de taart aangereikt.
In 1992 zette Jeltsin het derde stadium van de primitieve kapitaalaccumulatie in door de massale privatisering van staatsondernemingen. De fortuinen die waren vergaard met de bovenomschreven banktransacties werden nu door de oligarchen ingezet om algehele controle over de economie te krijgen. Architect van Jeltsin's privatiseringsprogramma was de nieuwe premier Jegor Gajdar, die in de Sovjetperiode nog was benoemd tot economisch redacteur van het blad 'Kommunist', het belangrijkste ideologische tijdschrift van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Gajdar gebruikte zijn positie om de overgang naar een markteconomie aan te bevelen als dé oplossing voor de Sovjetproblemen.
Het programma van de regering-Gajdar was de shocktherapie, grootschalige privatisering en een onmiddellijk eind aan de prijscontroles. De maatregelen leidden tot enorme inflatie die spaarrekeningen van 'gewone burgers' in een klap waardeloos maakte, en het tot bijna nul reduceren van de inkomsten van degenen die op vaste bedragen in roebels werden uitbetaald, zoals gepensioneerden en werkenden die op roebelcontracten waren aangesteld. In de geprivatiseerde bedrijven was het al gewoonte salarissen in dollars te berekenen.

het leven is grimmiger...

De ontwikkeling van de kleptocratie in het Rusland van na 1991 zorgde voor een rampzalige daling van het levenspeil van de bevolking. Het Human Development Report van 1999 meldt hierover: "Voor de jaren 90 stonden de landen van Midden- en Oost-Europa en van het GOS bekend om de hoge graad van basiszekerheid die zij hun bevolkingen boden. Het recht op volwaardige, levenslange werkgelegenheid was gegarandeerd. Hoewel de inkomens laag waren waren ze stabiel en verzekerd. Veel elementaire consumptiegoederen en diensten waren gesubsidieerd en met regelmaat verstrekt. Mensen hadden de garantie van eten en waren voldoende gekleed en gehuisvest. Zij hadden gegarandeerde gratis toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. Zij kregen een inkomen wanneer zij met pensioen gingen en profiteerden regelmatig van andere vormen van sociale bescherming."
Onder het kapitalisme is het leven een stuk grimmiger en ook korter geworden. Tussen 1991 en 1995 daalde de gemiddelde levensverwachting van de Russische man van 63 naar 58 jaar. Groeide de Russische bevolking in 1990 nog met 2,4%, in 1996 was er een daling van 5,4%! De nationale gezondheidszorg stortte vrijwel volledig in en leidde tot een explosie van tuberculose en andere overdraagbare aandoeningen die daarvoor nog onder controle waren. "Veel van de ziekten die terugkeren zouden in bedwang gehouden kunnen worden door standaard immuniteitsprogramma's. Gevallen van polio, die zeldzaam zijn in het westen, beginnen terug te keren in Rusland...", schrijft het Human Development Report. Tussen 1989 en nu is Rusland in de ban gekomen van een ware AIDS-epidemie, terwijl het aantal gevallen van syfilis verveertigvoudigden. "Veel van deze problemen zouden kunnen worden opgelost, of tenminste in bedwang gehouden, door een goed functionerend openbaar gezondheidssysteem. De ernst van de problemen geeft echter aan dat de basisgezondheidszorg aanzienlijk is verzwakt...", aldus het Human Development Report.
De verwoesting van de planeconomie ontnam aan miljoenen Russen de mogelijkheid om zichzelf en hun gezinnen te voeden, te kleden en te huisvesten. Dit leidde niet alleen tot een enorme groei van allerlei vormen van sociaal wangedrag als drank- en drugsmisbruik en huishoudelijk geweld, maar ook tot een enorme groei van de dakloosheid en het aantal zelfmoorden. Het aantal gevallen van zelfdoding verdubbelde en ook het aantal moorden nam dramatisch toe. Vooral invaliden, gepensioneerden, kinderen en vrouwen werden het slachtoffer van het "nieuwe Rusland". Vrouwen kwamen steeds verder buiten de arbeidsmarkt te staan en zij die er nog aantrekkelijk uitzagen kregen een minimumloontje aangeboden, met de mededeling dat zij de rest konden bijverdienen door de directeur, chef of andere hogergeplaatste "in natura" van dienst te zijn. Ook geweld tegen vrouwen in het gezin nam toe, zij werden vaker slachtoffer van geweld door partners. Veel vrouwen die wanhopig op zoek waren naar een baan kwamen gedwongen in de prostitutie terecht.

politieke bescherming

In het westen werden de veranderingen in Rusland begroet als "een overwinning van de democratie" en een "zege van de vrijemarkteconomie". De "democratische rechten" die de Russen nu gekregen hebben betekenen weinig meer dan dat tientallen miljoenen Russen vermalen worden door armoede, dakloosheid, honger en ziekten. Daar tegenover staat een kleine groep parvenu's, de nieuwe superrijken, die geen enkel belang heeft bij verdergaande maatschappelijke veranderingen in de richting van democratie, invoering van collectieve voorzieningen, innovatie of modernisering. Hun rijkdom is gebaseerd op het plunderen van de lucratieve delen van de instortende Sovjetstaat, de olie- en gasvoorraden, nikkel- en goudmijnen, televisiezenders en exportvergunningen en de banktegoeden van de Staat. Het Russische volk mort, maar behalve veel gemopper draagt men het lot alsof het om een collectieve ereschuld gaat. En wat kan je ook protesteren als je democratische rechten bestaan uit het hebben van twee of drie baantjes die nog onvoldoende opleveren om van te leven, als de energieprijzen stijgen en veel produkten in de winkels onbereikbaar worden? Als elke dag een doodvermoeiende strijd voor overleven is? Er bestaat Verelendung in Rusland, vooral in de provincie, in de kleine steden, op het platteland. De nieuwe rijken reizen naar westerse winkelparadijzen, de overige burgers moeten zonen en dochters afstaan voor een uitzichtloze oorlog in Tsjetsjenië, waar "dwaze moeders" proberen hun kinderen van het slagveld terug te halen.
Boris Jeltsin, de leider van de Russische contrarevolutie in 1991, vroeg bij zijn aftreden garanties voor politieke bescherming van zichzelf en zijn gezin voordat hij de leiding overgaf aan Vladimir Poetin.

De Russische samenleving vertoont intussen hetzelfde beeld als het kapitalisme elders ter wereld: de rijken worden rijker, terwijl (volgens officiële gegevens) één op de vijf inwoners minder verdient dan het bestaansminimum. Maar de officiële cijfers zijn, zoals ook elders ter wereld, sterk geflatteerd en de werkelijke situatie is vele malen schrijnender. Enkele feiten uit de periode Jeltsin: Honderdduizenden werknemers, van leraren en artsen tot mijnwerkers, kregen soms maandenlang, in enkele delen van Rusland zelfs jarenlang, geen salarissen uitbetaald en moeten maar zien hoe ze overleven. In kazernes van het eens zo trotse Sovjetleger kregen dienstplichtigen per dag twee dunne boterhammetjes en wat waterige soep. Het staatspensioen werd vrijwel waardeloos en het aantal oude mensen dat bedelde op de trottoirs of in metrogangen van de steden nam met de dag toe. Veel werknemers van bedrijven kregen hun salaris 'in natura' uitbetaald en proberen dan op straat de produkten, - zeeppoeder, horloges, plastic emmers, theepotten - te ruilen voor iets eetbaars of te verkopen. Hier zien we dat de vrije markteconomie absoluut niet werkt.
Het zijn deze feiten die de Russische werknemers ertoe nopen om terug te vechten. Groot was de ontevredenheid over de eens zo populaire Jeltsin. Alom werd geklaagd over de mafia, en als mafiabonzen worden Tsjernomyrdin, Tsjubais en Berezovsky aangewezen die zich hebben verrijkt over de ruggen van het Russische volk en hun kapitalen opstapelen op Zwitserse bankrekeningen. In sommige bedrijven gingen werknemers over tot hongerstakingen, in delen van het land blokkeerden arbeiders spoorlijnen en vitale wegen of bezetten hun bedrijven zodat er geen produkten meer aan- of afgevoerd konden worden. Deze stakingen en protesten vormden geen onderdeel van een offensieve strijd, maar een strijd ter verdediging van de rechten van de werknemers en de strijd voor overleving, zoals alle strijd tegenwoordig in de centra van het kapitalisme. De Russen voerden hun verdedigingsstrijd tot het bittere einde. Wat begon als een serie stakingen en protesten tegen de achterstallige betaling van lonen, mondde later uit in het uitroepen van de staat van beleg in delen van het land toen woedende mijnwerkers de spoorlijnen blokkeerden. Op 9 september 1998 levert 1 dollar 9 roebel op. Op 15 september is dat al 14 roebel en op 21 september 17,5 roebel. Voor het eerst sinds jaren kan er op straat weer zwart gewisseld worden, omdat iedereen de steeds minder waard wordende roebels kwijt wil. Vanaf 15 september is het openbaar vervoer 100% duurder geworden en de prijzen in de winkels stijgen talloze procenten. Veel winkeliers gooien er nog wat procenten extra bovenop, om zo te kunnen profiteren van de roebelcrisis. In sommige delen van het land stellen de lokale leiders maxima aan de prijsstijgingen, maar gecontroleerd wordt er nergens.

Zoethoudertje

De Russische regering voelde zich niet verantwoordelijk voor de niet betaalde lonen, vooral niet in de geprivatiseerde sectoren, zoals de mijnbouw. Maar de protesten konden door Jeltsin niet meer worden genegeerd en hij gelastte zijn premier Kirienko om een oplossing voor het probleem te vinden dat in de miljarden dollars loopt. Kirienko slaagde er niet in en onder zijn regering namen de protesten in hevigheid toe. De nieuwe premier, Primakov, ziet zich voor hetzelfde probleem geplaatst. Het nieuwe hoofd van de Centrale Bank, Gerashenko, laat al roebels bijdrukken, maar de inflatie die dat veroorzaakte maakte dat van de achterstallige lonen nog een schijntje overbleef. Tot dan toe had Jeltsin IMF-gelden kunnen gebruiken als zoethoudertje om de langlopende salariscrisis onder controle te houden. Maar nu heeft het IMF de betalingen opgeschort in afwachting van concrete bewijzen dat de regering 'op verantwoorde wijze' het nationale kapitaal beheert, zodat Rusland voor het internationale kapitaal interessant blijft. Dus werd 15% op de staatsuitgaven bezuinigd en begonnen met een krachtige belastinginningscampagne bij de twintig grootste bedrijven die een gezamenlijke schuld van 5 miljard roebel (ruim 800 miljoen dollar) hebben. Het Russische verzoek aan het IMF voor een extra lening van 10-15 miljard dollar voor 'stabilisatie' werd voorlopig afgewezen, vooral omdat het IMF door de aanhoudende crisis in Azië vrijwel zonder fondsen zat.
Daardoor werd Rusland gedwongen te lenen van internationale commerciële banken. Met een reeds bestaande buitenlandse schuld van 140 miljard dollar zou de crisis zich alleen maar verdiepen en zitten volgende generaties Russen nog diep in de schulden voor 'de zegeningen van de vrije markteconomie'.

Door een verandering in de internationale situatie kan onder Poetin een belangrijk deel van de Russische schuld worden terugbetaald dankzij de sterk gestegen olie- en gasexporten. Maar nog veel Russen voelen de gevolgen van de periode-Jeltsin en kunnen nog altijd verbitterd praten over de gevechten die uitbraken in winkels waar bijna niets te koop was, over de enorme vlucht die de Russische mafia nam, over de oligarchen die van een modaal loon ploteling multimiljardairs werden, over het hoofd van Jeltsin's lijfwacht Korzhakov die in de periodes van Jeltsin's alcoholisme de staatsruif verdeelde onder zijn vriendjes uit de criminaliteit...