Ondernemers de lusten, de overheid de lasten

Russische oligarchen plunderen de staatskas

Het komt steeds vaker voor dat er in de Russische journaals beelden vertoond worden van premier Poetin te midden van arbeiders in overals die bang zijn voor het verlies van hun banen. Steeds vaker wordt een beroep op de overheid gedaan om hulp, om leningen, om kredieten en dat alles onder het mom van de economische crisis. Zo'n 10% van het Russische overheidsbudget wordt besteed aan ondersteuning van de economie. De eigenaren van de bedrijven blijken de overheid als een melkkoe te beschouwen. Door allerlei vage constructies wordt de Russische regering gechanteerd om vooral miljarden roebels in de bedrijven te pompen die vervolgens weer naar het buitenland doorgesluisd worden. De failliete bedrijven kan de overheid overnemen, inclusief de bijbehorende miljardenschulden!

door Bas van der Plas/INSUDOK
(gebaseerd op het rapport “Post-Pikaljovskaya Rusland” van V. Inozemtsov en N. Krichevsky)

In totaal daalde het Bruto Nationaal Product (BNP) in de Russische Federatie in de eerste helft van 2009 met 10%, de industriële productie met 15% en de investeringen met 18%. Dat is slechter dan in veel andere landen. En dat ondanks het feit dat volgens schattingen in de Russische Federatie zo'n 10% van het BNP besteed wordt aan de ondersteuning van de economie.
In de Verenigde Staten, toch de 'wieg' van de huidige crisis, daalde het tempo van verlaging van het BNP in het tweede kwartaal van 2009 en in het derde kwartaal wordt er alweer een groei verwacht van 1-2%. In Rusland voorziet men geen groei. Volgens Vladislav Inozemtsov, directeur van het Onderzoekscentrum van de Postindustriële Maatschappij, en Nikita Krichevsky, wetenschappelijk leider van het Instituut voor Nationale Strategie, die een rapport schreven over de economie in Rusland, komt dat omdat de koers van de staatssteun aan de economie niet gericht is op modernisering van de economie en de ontwikkeling van ondernemersinitiatief, maar op steun aan bedrijven die bekend staan om hun intimidatiepraktijken.
De oorzaak van deze koers ligt in wat de auteurs van het rapport het “oligarchaat” noemen. In de afgelopen jaren hebben de oligarchische structuren in Rusland een vrijwel totale controle over de economie gekregen. En de oligarchen die zich om steun tot de overheid wenden hebben drie karakteristieke trekken die een bijzonder karakter geven aan de economische crisis in Rusland.
Ten eerste: een meerderheid van de bedrijven die financiële steun van de kant van de overheid ontvangt is de jure niet Russisch. Zij staan geregistreerd buiten het Russisch grondgebied en vallen derhalve niet onder de Russische belastingwetgeving. Overheidssteun aan dergelijke bedrijven in de VS en Europese landen wordt slechts verleend bij goedkeuring van het parlement na een openbare discussie over de problemen. In Rusland gaan alle middelen van het staatsbudget zonder enige formaliteit naar steun aan diegenen die al lang geleden hun kapitalen in het buitenland hebben ondergebracht.
Ten tweede: in de afgelopen jaren is in al die bedrijven een mechanisme ontstaan van de overbrenging van activa uit de bedrijven naar de persoonlijke eigendommen. De inkomsten van de rijkste Russen accumuleren zich voor het grootste deel op rekeningen bij buitenlandse bedrijven. Deze bedrijven zijn eigendom van oligarchen en betalen hun persoonlijke uitgaven. Op die manier wordt in Rusland slechts een onbelangrijk deel van hun inkomsten belast dat zij speciaal reserveren voor hun 'aangifte'.
Ten derde: de schulden. Vanaf januari 2002 tot 1 juli 2009 vertwaalfvoudigden zich de buitenlandse verplichtingen van Russische bedrijven: van 24 miljard tot 294 miljard dollar. En de val van de aandelenkoersen die zich vanaf juni 2008 inzette zorgde ervoor dat veel grote bedrijven technisch bankroet werden verklaard.
Deze drie karakteristieken verklaren de tweeslachtige houding van het Russische oligarchaat in de nieuwe situatie. Enerzijds treedt zij op als een exterritoriale kracht die zich niet in de eerste plaats interesseert voor een stabilisering van de economie, maar in veiligheidsgaranties van haar eigendommen. Anderzijds is zij de garantie van werk voor een belangrijk deel van de Russische bevolking en heeft het oligarchaat de mogelijkheid om de regering haar wil te dicteren en om ongecontroleerd aan overheidssteun te komen. Het gevolg is dat een aanzienlijk deel van de hulp niet wordt uitgegeven aan ondersteuning van de Russische economie.

Vindingrijkheid

In hun verzoeken om overheidssteun laten de oligarchen een verbazingwekkende vindingrijkheid zien. Hun einddoel is, volgens de auteurs van het rapport, om niet rendabele ondernemingen, die zijn belast met enorme schulden, onder de hoede van de overheid te krijgen. Maar daarvoor is het nodig om eerst zoveel mogelijk aan die ondernemingen te onttrekken. “De grote Russische ondernemers gingen met steun van corrupte ambtenaren, vertegenwoordigers van de machtsstructuren en vakbondsextremisten over tot openlijke chantage van de uitvoerende macht,” meldt het rapport. En zij geven een levendig voorbeeld: de gebeurtenissen van 2-4 juni 2009, toen in het stadje Pikaljove in de Leningrad oblast een van de talrijke problemen van een van de grootste oligarchen, Oleg Deripaska, werd opgelost door premier Poetin persoonlijk. Poetin kwam naar het stadje waar de fabriek gesloten dreigde te worden, beloofde overheidssteun en de arbeiders werkgarantie. De auteurs van het rapport zijn ervan overtuigd dat toen een demonstratie werd gegeven van de methode “afdwingen van hulp van de staat”, met gebruikmaking van openlijke acties van de arbeiders van de onderneming.
Maar de oligarchen beschikken over zoveel geld dat meer dan voldoende zou zijn om niet alleen nieuwe jachten en voetbalclubs te kopen. Gedeeltelijk komen de ontvangen dividenden terug in de Russische economie in de vorm van buitenlandse investeringen, maar hun toevloed is in verhouding minder dan het geld dat in het buitenland achterblijft.

De lusten en de lasten

Eigenaren van ondernemingen hebben in de afgelopen jaren niet alleen hun winsten weggesluisd, maar namen ook enorme kredieten. Hier een voorbeeld uit het rapport: drie ondernemingen van de Evraz Group (NTMK, ZSMK en Raspadskaya) hebben een schuld van 54,4 miljard roebel. Maar het totaal aan dividend dat de Evraz Group van deze ondernemingen in de jaren 2005-2008 ontving bedraagt 109,6 miljard roebel. Dat is het dubbele! In het eerste kwartaal van 2009 leden de ondernemingen verlies en kansen om de schulden af te betalen zijn er praktisch niet. Een mooie constructie: de oligarchen strijken de winsten op, maar voor de schulden kan de staat weer opdraaien.
Een nog deprimerender beeld ontwikkelt zich, volgens de auteurs van het rapport, bij de holding 'Metalloinvest'. Op 31 maart 2009 was de totale schuld aan kredieten en achterstallige betalingen bij de ondernemingen van de holding 185,5 miljard roebel en inde loop van het jaar moet er bijna 49 miljard worden afgelost. Een staatsgarantie van 29 miljard die onlangs werd toegekend is voldoende voor de oplossing van iets meer dan de helft van de kortlopende kredietproblemen. Volgens de boeken leden alle ondernemingen van Metalloinvest in het eerste kwartaal van 2009 verlies.
En bijna catastrofaal is de situatie bij de OAO Metsjel. De totale schuld van deze holding aan leningen en kredieten bedroeg op 31 maart 2009 87 miljard roebel, en om de aflossingen in de loop van het jaar te kunnen doen is 71 miljard nodig. Met de verliezen die geleden worden zal dit bedrag bij lange niet gehaald worden!
Uit de ondernemingen die zich in een armzalige situatie bevinden wordt nog steeds geld weggesluisd. Bijvoorbeeld in het vierde kwartaal van 2008 verleende de OAO Rusal Boksitogorsk aan een 'verbonden partij' een lening van 418 miljoen roebel. En in dat jaar eindigde de onderneming het boekjaar met een ongedekt verlies van 90 miljoen roebel.
Een analoog scenario vinden we bij Metalloinvest. Oeralstaal, een onderneming in de stad Novotroisk in Orenburg oblast, leende op 30 juni 2009 bij besluit van de aandeelhouders aan het bedrijf GOK in Michajlovskoje 8,4 miljard roebel. En vervolgens werd begin juli nog 5 miljard roebel geleend aan de OAO Metalloinvest. En dergelijke kredieten van 5 miljard werden ook verleend door de bedrijven OEMK, Lebedinsky GOK en Michajlovskoje GOK. Naar het oordeel van de auteurs van het rapport kwam het tot een geforceerd faillissement van Metalloinvest, terwijl alle sociale gevolgen terechtkwamen bij Oeralstaal.
De auteurs constateren dat de oligarchen niet blikken of blozen bij het verdoezelen van de schulden van de ondernemingen in de begrotingen, noch door het niet beschikbaar zijn van middelen om de schulden terug te betalen, noch door het perspectief van het niet kunnen betalen van de salarissen van de arbeiders. Integendeel: bij de holdings bestaat al een selectie van kandidaten voor faillissement. En de faillissementen treffen de banksector, zodat de overheid voor de noodzaak komt te staan de banken met vele miljarden te ondersteunen.

Negatieve conclusies

De conclusies van de auteurs zijn negatief: in 2009 is een nieuwe etappe begonnen in de geschiedenis van het Russische oligarchaat toen de grote ondernemers zich bewust werden van het feit dat de Russische overheid steeds meer van hen afhankelijk was. Uit angst voor sociale onrust is de overheid gedwongen hen tegemoet te komen. Gedurende het verloop van bijna een heel crisisjaar is er echter niet één grote onderneming genationaliseerd en in niet één grote oligarchische structuur is men van eigendomsverhoudingen en management gewijzigd. Hulp wordt verleend aan de eigenaren, maar niet aan de ontslagen arbeiders. Een simpele rekensom wijst uit dat er voor het garanderen van een uitkering van 4900 roebel per maand (iets meer dan 100 euro) aan alle 7 miljoen Russische werklozen er jaarlijks ruim 400 miljard roebel nodig is. Nu wordt een dergelijk bedrag vrijwel maandelijks op niet effectieve wijze uitgedeeld aan de eigenaren van bedrijven.
Een groot deel van de grote Russische oligarchenimperia bevindt zich vandaag in een toestand van technisch bankroet. Verlenging van overheidshulp aan deze bedrijven betekent het verkwisten van nationale geldmiddelen voor de steun aan in het buitenland gevestigde bedrijven en het verstrekken van middelen om eigendommen in het buitenland te kopen.

Hoe het kapitaal verdwijnt ...

Toen duidelijk werd dat ook in de Russische Federatie de crisis onafwendbaar was, de prijzen van grondstoffen daalden en de bedrijven hun omzetten zagen dalen schroomden veel ondernemers toch niet zichzelf dividenden toe te kennen. Of zij maakten gebruik van andere manieren om hun geld naar het buitenland te sluizen.

De auteurs van het rapport 'Post-Pikaljovskaya Rusland' bestudeerden de geschiedenis van de aan de leiding van Russische industriële bedrijven uitgekeerde dividenden in de jaren 2005-2008. Grote winnaar in de race om het dividend in die jaren werden Roman Abramovitsj en de Evraz groep. De toekenning van dividend in enkel maar vier ondernemingen bedroeg 112,7 miljard roebel. Drie andere giganten in de metaalindustrie (Severstal en de metaalfabrieken MMK in Magnitogorsk en NLMK in Novolipetsk) bleven aanzienlijk achter: hun dividenden bedroegen 83,1 miljard (Severstal en Karelsky gieterij), 68,6 miljard (MMK) en 65,9 miljard roebel (NLMK).
Tegen deze achtergrond maakt de UC Rusal van Oleg Deripaska een bescheiden indruk: in zes aluminiumfabrieken bedroeg het totale dividend 'slechts' 22,3 miljard roebel. De auteurs van het rapport verklaren deze 'bescheidenheid' van de aluminiumkoning van Rusland, zoals Deripaska wel genoemd wordt, door he mogelijke gebruik van 'grijze' schema's bij de export van de productie. Dat gebeurt wanneer de producten spotgoedkoop worden verkocht aan de buitenlandse structuren die dan ook een belangrijk deel van de winsten opstrijken. Een dergelijke praktijk is vrijwel karakteristiek voor veel ondernemingen in de metaalindustrie.
Als voorbeeld: de belangrijkste exporthandelaar van de MMK uit Magnitogorsk is de firma 'MMK Trading AG', geregistreerd in het Zwitserse kanton Zug, dat aan haar inwoners een hele reeks belastingvoordelen biedt. En van dergelijke constructies zijn er vele. De Russische rekenkamer maakte duidelijk dat bij meer dan 80% van de export van steenkool gebruik wordt gemaakt van rekenschema's die in vergelijking met de wereldprijzen 30-54% lager liggen.
Bij het analyseren van de dividendpolitiek van de ondernemingen van oligarchen komt nog een wetmatigheid naar boven: van jaar tot jaar ging voor de uitbetaling van dividend een steeds groter deel van de zuivere winsten van de ondernemingen af. Dus, toen in 2005 door Severstal 6,4% van de zuivere winst aan dividend werd betaald was dat in 2007 al 45,7%. De eigenaren van de tot Metalloinvest behorende Oskolsky Elektrometaal (OEMK) betaalden in 2005 10% van de winst aan de aandeelhouders, maar twee jaar later al 100%.
Maar het treffendste voorbeeld van deze tendens vinden we toch bij Deripaska. Op het hoogtepunt van de crisis, 31 december 2008, nam de eigenaar van de OAO Rusal Krasnojarsk het besluit over de uitbetaling van dividend over de eerste 9 maanden van 2008 ter grootte van 8,956 miljard roebel. In diezelfde tijd was de zuivere winst van de fabriek 261 miljoen roebel lager dan het berekende dividend! En zo kwam het dividend uit op 103% van de zuivere winst constateren de auteurs van het rapport.
Het mag duidelijk zijn dat de oligarchen waren voorbereid op de crisis. Veel grote ondernemingen in Rusland maakten dividenden bekend over de eerste zes of eerste tien maanden van 2008, waarbij de aandeelhoudersvergaderingen plaatsvonden in september-oktober, toen reeds duidelijk werd dat de crisis onvermijdelijk was. Bijvoorbeeld drie ondernemingen van Deripaska, - Rusal Krasnojarsk, Rusal Bratsk en Rusal Novokuznetsk -, dachten in de jaren 2005-2007 helemaal niet over dividend, maar opeens werd op basis van de eerste 9 maanden van 2008 in totaal 13,8 miljard roebel aan dividend berekend. De auteurs van het rapport trekken de conclusie dat de aandeelhouders zich bewust werden van de moeilijke tijden en hun ondernemingen zonder geldmiddelen lieten zitten die noodzakelijk zouden zijn voor de tijdige uitvoering van productietechnische, financiële en sociale verplichtingen. In het rapport wordt slechts over een klein aantal ondernemingen gesproken, maar de auteurs veronderstellen dat hun bevindingen voor veel meer bedrijven gelden. En zij komen tot de conclusie dat juist de opzettelijke onttrekking van honderden miljarden roebels uit de reële sectoren van de economie gezorgd hebben voor de zware financieel-economische omstandigheden waarin de Russische industrie zich thans bevindt. Omstandigheden die, in de gedachten van de oligarchen, moeten worden verbeterd door de staat!