Een land met een toekomst?

Wat er in de jaren 90 in Rusland, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, gebeurde worden 'de liberale hervormingen' genoemd. Ik zou het zelf liever het ontstaan van de kleptocratie willen noemen, maar 'liberalisme' heeft in Rusland ook een negatieve klank. Met het aantreden van Poetin werd verbetering verwacht. Maar zijn bewind leidde tot autocratie en een sfeer van agressie en nationalistische sentimenten in de samenleving.

De kijk van de Russen op hun land zit vol tegenstellingen. Ze hebben de neiging om de waarden van democratie te erkennen, maar zijn pessimistisch over de vooruitzichten. Ze ondersteunen het land op de ingeslagen weg, maar verwachten geen succes in de nabije toekomst. Ze waarderen de vrijheid en het particulier initiatief, maar leunen op een reeks van paternalistische begrippen zoals de noodzaak voor de staat om de economie te beheersen.
Deze stellingen werden nog eens bevestigd in een grote studie van het Sociologisch Instituut van de Russische Academie van Wetenschappen, dit voorjaar uitgevoerd in samenwerking met de Duitse Friedrich Ebert Stiftung. Het rapport, "20 jaar hervormingen in Russische ogen", analyseert de dynamiek van de Russische publieke opinie tijdens de twee decennia sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie.
Het aantal mensen met een negatieve houding ten opzichte van de hervormingen van de jaren 90 daalde enigszins, een verschuiving van 43 naar 34 procent, maar 69 procent van de Russen vond echter dat de hervormers zelf niet van plan waren om de democratie en een markteconomie op te bouwen, zij wilden enkel de macht grijpen om publieke goederen onder elkaar te verdelen.
Slechts 6 procent van de respondenten was van mening dat de hervormingen goed werden uitgevoerd. Volgens het onderzoek zien de Russen vier positieve resultaten van de hervormingen van de jaren 90: een overvloed aan consumptiegoederen, de vrijheid om naar het buitenland te reizen, de mogelijkheid om onbeperkt geld te verdienen en een einde aan de onderdrukking van de religie.
Van de twee post-Sovjet-decennia heeft de publieke opinie een duidelijke voorkeur voor de jaren van de 21e eeuw. Een meerderheid van de ondervraagden zien in deze jaren betere kansen om hun levensstandaard te verbeteren, zich in zaken te begeven en zich professioneel te ontwikkelen en zelfs de mogelijkheid tot deelname aan het sociale en politieke leven van het land.
Maar betere kansen betekent niet noodzakelijk dat ze ook succesvol waren in het bereiken van die doelen. Het decennium onder Vladimir Poetin is alleen in schijn gunstiger dan de jaren 90, niemand beschouwt dit als een periode van vooruitgang. De publieke opinie gaf aan het huidige regime op slechts twee punten hogere cijfers: voor het versterken van de positie van Rusland in de wereld en het herstel van orde in het land zelf. De jaren van Poetin kregen veel lagere cijfers voor het vermogen om de economie en de algemene levensstandaard te verbeteren, voor de verdediging van de democratie en de politieke vrijheden en voor het oplossen van de situatie in de Noord-Kaukasus.
Sterke veranderingen in de beleving in Moskou, Sint Petersburg en andere grote steden is een andere belangrijke ontwikkeling. In Moskou verklaart 61 procent van de bevolking zich bereid om te "schieten" op degenen die verantwoordelijk zijn voor hun problemen. Nog maar twee jaar geleden gaf 69 procent van de bevolking van Moskou en Sint Petersburg een algemene positieve beoordeling van de situatie in het land. Vandaag de dag is dat aantal gedaald tot nog maar 22 procent. Twee problemen zijn in de afgelopen jaren verergerd: het ontbreken van een sociaal vangnet voor degenen die ziek, oud, werkloos of met een handicap zijn, en het gebrek aan bescherming tegen geweld.
Het aantal mensen dat aangeeft om te vertrekken uit Rusland is gestaag toegenomen. Vandaag de dag zegt minder dan de helft van alle ondervraagden dat ze nooit het land zou willen verlaten, terwijl 13 procent graag Rusland voor altijd wil verlaten - 150 procent meer dan 10 jaar geleden. Een op de vijf Russen onder de 30 jaar zou willen emigreren.
29 procent van de ondervraagden denkt dat Rusland een democratisch land is, terwijl 48 procent gelooft dat het dat niet is. Slechts 23 procent van de mensen in de twee hoofdsteden (Moskou en Sint Petersburg) zien Rusland als een democratie - het laagste aantal in het land. De studie toonde ook aan dat 71 procent van de Russen geloven dat gewone mensen geen enkele invloed op de gang van zaken in het land hebben. Het resultaat is een snel verlies van interesse voor en deelname aan de politiek. Tegelijkertijd echter is het aantal mensen dat gelooft dat protestacties, demonstraties en stakingen effectief zijn verdubbeld in de afgelopen tien jaar. Aha een lichtpuntje!
En hoewel een meerderheid van 57% van de respondenten de voorkeur aan stabiliteit geeft, zijn degenen die snelle en radicale veranderingen willen uitgegroeid tot 42 procent, en zelfs tot 54 procent onder jongeren. De snel veranderende stemming onder de meest progressieve delen van de bevolking, vooral mensen in grote steden en de jeugd, geeft aan dat de tijd rijp is voor meer eisen van politieke verandering.
De toekomst van Rusland zou heel goed afhankelijk kunnen zijn van de vraag of het Kremlin deze eisen serieus neemt. De tekenen laten echter anders zien. Parlementsverkiezingen aan het eind van dit jaar en presidentsverkiezingen in het begin van 2012 worden nu al bekokstoofd in achterkamertjes, politieke opponenten wordt het leven zuur gemaakt, partijen die mee zouden willen doen aan het 'democratisch circus' wordt het onmogelijk gemaakt zich te registreren (een vereiste) en de arrogantie van de macht heerst in optima forma.
De status quo lijkt zich nog lang uit te kunnen strekken, of zouden die 54% van de jongeren die voor snelle en radicale veranderingen zijn een nieuwe Russische revolutie mogelijk maken? Ik hoop het nog te mogen beleven, doch blijf wat somber gestemd! Als ik om mij heen kijk in de Petersburgse straten zie ik vooral een nog individualistischer maatschappij ontstaan en lijkt collectieve actie verder weg dan ooit.

Bas van der Plas
september 2011

(Geschreven als opiniebijdrage voor Konfrontatie-Digitaal)